Ça marche!

1987: Marsannay-la-Côte, Fixin, Gevrey-Chambertin en Clos de Vougeot in de regen. Het hield niet op, de regen kwam met bakken uit de lucht.  Veel van de Côte de Nuits hebben we toen niet gezien. Gemiste kans, maar het was klaar voor die dag. De tent bleef in de Polo. We gingen op zoek naar een hotelletje in Nuits-Saint-Georges…

imag1164

Ik was al een tijdje niet met de trein, op de fiets, lopend, met de auto of per bus naar  Frankrijk afgereisd. Lang genoeg om de herinnering aan het kilometers maken om ergens te komen niet kwijt te raken, en lang genoeg geleden om toch een beetje te vergeten en het gevoel te verliezen dat niet alleen het reisdoel ertoe doet, maar het proces van de reis zelf al een reis op zich is. Niet dat ik mijn favoriete land had gegeneerd, au contraire. Ik was er zelfs meerdere malen naar afgereisd, met het vliegtuig de laatste jaren. Dat is wezenlijk anders: het is ronduit verwarrend om in een tijdsbestek van hooguit anderhalf uur opeens ergens anders te zijn en niet geleidelijk te kunnen wennen aan de overgang in landschap, klimaat en taal.

Er was een wijnreis naar de Bourgogne nodig om weer een goed gevulde lade uit het kastje-der-herinneringen te laten openen, zie Wijnreis Bourgogne en Champagne. Na jaren van afwezigheid op het Franse asfalt bedwong ik – met buschauffeur deze keer – Frankrijks dreven. Reden we door de Ardennen (voelt altijd als een offensief, een verplicht nummer), en kwamen uiteraard Toul, Thionville,  Metz en Nancy weer voorbij, net als vroeger. En natuurlijk begon het bij Dijon weer ongenadig te kriebelen…

We deden Nuits-Saint-Georges aan voor een bezoek aan Jean Claude Boisset (www.jcboisset.com).

DSCN3714

IMAG2152

Na jaren van afwezigheid in Nuits-Saint- Georges, gebeurde er iets. Het bezoek aan Boisset was de katalysator die mijn herinneringenlade deed openspatten. Een zalige zucht ontsnapte en wijnmeester Gert Crum zag het…

Om de hoek bij Boisset lag namelijk het hotelletje waar het voor mij allemaal begon. Frankrijk was me reeds dierbaar, maar daar, in Nuits-Saint-Georges, samen met mijn lief, begon in 1987 het ‘echte’ Franse leven, werd ik hopeloos verliefd op dit land. De eerste vakantie in Frankrijk met mijn verkering. Voor het eerst samen in Frankrijk, een land waar hij nog niet eerder was geweest. Ik nam hem mee naar dit beloofde land, zie Luberon.

DSCN3713

DSCN3712

Nuits-Saint-Georges

Het weer in Bourgogne is onvoorspelbaar. Het kan er bloedheet zijn, maar de temperatuur en het weer kunnen razendsnel omslaan. En dat deed het ook in 1987. Al op de autoroute zeeg een knetterend onweder op ons neer. Ik weet nog ongeveer waar het was, de snelweg hield in die dagen even op net voor Dijon. Bij Til-Châtel nam je dan de D974 richting Dijon. Ongeveer dus, want destijds waren we tijdens vakanties nog niet uitgerust met een mobiele telefoon: dus geen foto’s of andere data die de exacte locatie zouden kunnen prijsgeven. Geen Instagram, geen Facebook, geen Twitter, geen You Tube, geen zielige selfies. In 1987 bracht je na drie weken vakantie de fotorolletjes naar de Hema of lokale fotohandel om ze te laten ontwikkelen. En als je mazzel had, hoefde je voor de mislukte foto’s niet te betalen.

De regen ging over in hagelstenen. Ze leken dwars door het dak te komen. We schuilden onder een viaduct, om hagelschade aan onze fonkelnieuwe VW Polo te vermijden, totdat de onweersbui besloot een ander stukje Bourgogne te teisteren. Eenmaal in Dijon besloten we de D974 te blijven vervolgen, Marsannay-la-Côte, Fixin, Gevrey-Chambertin. Clos de Vougeot in de regen. Het hield niet op, de regen kwam met bakken uit de lucht.  Veel van de Côte de Nuits hebben we niet gezien. Gemiste kans, maar het was klaar voor die dag. De tent bleef in de Polo en we gingen op zoek naar een hotelletje in Nuits-Saint-Georges.

2017

Ik was, 30 jaar later, een beetje kwijt hoe we het hotel gevonden hadden. Eerst dacht ik het voorafgaand aan onze eerste echte reis samen te hebben uitgezocht als mogelijke optie, passend in een vooraf opgesteld tijdschema, met een selectie van overnachtingsadressen. Dertig jaar teruggaan in je geheugen valt niet mee, dan heb je een hulplijn nodig. Die hulplijn was ik zelf.

Vanaf 1982 schreef ik mee tijdens de autoreizen naar Frankrijk. Het is een afwijking, een drang tot documenteren, notuleren, vastleggen. Een hulpmiddel wellicht, om de tijd te doden, maar achteraf bezien soms ook enorm handig om eens op terug te kunnen grijpen. Het eerste reisdagboek is extreem: ik heb daarin de complete reisroute (elk dorp, elke stad) van Cucuron (Luberon) naar Nederland vastgelegd. Geen kilometerstanden erbij (ik zat achterin en wilde de toch al gespannen sfeer in het reisgezelschap niet frustreren om hijgend in de nek van de bestuur mee te gluren op het dashboard), maar reuze leuk om jaren later de route nog eens terug te zoeken op de Michelinkaart.

Hotel Des Cultivateurs

Het fotodagboek met aantekeningen van het jaar 1987 lag uiteraard onderop de inmiddels indrukwekkende stapel vakantieherinneringen uit het pre-digitale tijdperk. Op zoek naar herinnneringen viel mij op dat vanaf zo om en nabij 2004 foto’s en reisverslagen jammergenoeg gescheiden moeten optrekken: de foto’s zijn digitaal gearchiveerd en de reisverslagen zijn in opschrijfboekjes opgetekend.

Terug naar 1987. Ik vind behalve een reisverslag, ook foto’s en de originele hotelfactuur terug in het plakboek. En gelukkig heb ik opgeschreven hoe we in Hotel Des Cultivateurs terechtkwamen. Merci plaatselijke groenteboer!

imag11661

Het is nog een hele uitdaging om er binnen te kunnen komen. Het onweert nog onverminderd door en het water spoelt als een malle van het kleine pleintje ervoor, in de richting van de ingang van het hotel. Het personeel probeert te redden wat er te redden valt en houdt er, gewapend met badkamermaterieel, de ingang watervrij. Ze doen een poging, want deze hoosbui is nauwelijks te keren. Volkomen doorweekt bereiken we de ingang…

Bien sûr, er is een kamer voor ons vrij, laat de kordate en compacte waardin ons weten.  Uiteraard was er nog een kamer vrij, want kleine charmante Franse hotelletjes langs D- en N-wegen hebben gelukkig altijd kamers vrij. We waren welkom. Inchecken was eenvoudig, geen automatisering in deze dagen, maar een simpel, handgeschreven hotelbonnetje. Geen creditcard om de deur te openen, maar een sleutel (met zo’n knots eraan) met het kamernummer. Ça marche!

imag1164

De kamer was geheel volgens de verwachting: geen kouwe drukte en overdadige luxe, maar een degelijke, typisch Franse hotelkamer langs een route nationale of departementale.  Gezellig bloemetjesbehang in de kamer, een bonte mengeling van kleuren. Het behang matchte niet met de bedspreien, de vloerbedekking en andere randverschijnselen, maar het was er schoon en fris. Een beetje vergane glorie, dat wel…

Het hield niet meer op met regenen die avond en we waren min of meer gedwongen om het diner in het hotel te gebruiken. Elke gang, vanaf apéritif tot dessert, werd door het compacte manusje-van-alles begeleid met een kordaat “ça marche“: ze regelde alles.

Geen wijn

Het is te wijten aan mijn neurotische afwijking dat ik het originele bonnetje bewaard had. Uiteraard dacht ik – inmiddels besmet met het wijnvirus – dat we destijds een eenvoudige, maar goede fles wijn gedronken hadden. De huiswijn desnoods, een eenvoudige Vin de Pays. Laat staan een AOC Bourgogne of indrukwekkende premier cru…

Helaas, geen wijn. Er is keihard bewijs dat we op 6 juli 1987 gewoon een biertje bij de maaltijd namen. Een schok! Ik schaam mij diep, en het doet mij pijn dit op te moeten biechten: een tapbiertje. Onbegrijpelijk! Dat we een biertje voor de dorst namen, kan ik mij wel voorstellen, maar wat heeft ons weerhouden om niet een fles wijn te nemen bij het diner? Achteraf begrijp ik dat ook wel, want het ‘diner’ was niet hoogdravend: sausissons frites. In het land van de Bourgondische maaltijden, fantastische streekgerechten als boeuf bourguignon, coq au vin of oeufs en meurette, kozen we voor friet met worstjes. Soit. Daar had inderdaad geen mooie fles wijn bij gepast…maar budgettair zeer verantwoord; we hadden een bed en eten voor 80 gulden (ongeveer 36 euro).

imag1165

Eindelijk wijn

Vele jaren later, in 2006  en in gezelschap van onze kinders, bracht de vakantieroute ons weer naar Hotel Des Cultivateurs. Er was nog niets veranderd: de compacte uitbaatster, de inrichting en het menu. Wel stond er een bord à vendre op de gevel…

We kregen uiteraard een sleutel met knots, het oude vertrouwde papieren bonnetje en ditmaal de familiekamer (dat was dezelfde kamer die we destijds voor ons beidjes kregen). Volgens mij was het ook een van de eerste keren dat onze schatjes in een hotel logeerden. Ze vonden het spannend. Dit keer aten we het eenvoudige hotelmenu: jambon persillé, jambon grillé, en waren er frietjes, die wij natuurlijk Franse frietjes noemden en alleen al om die reden reuze goed vielen bij de jeugd. Ditmaal hadden we er wél een mooie fles Bourgogne bij. Sorry, de exacte herkomst van de ongetwijfeld fijne fles rood is helaas niet gedocumenteerd en ook het dagboekje bood geen uitkomst meer om details te achterhalen.

Ça marche: op volle toeren!

De sfeer was goed, en wat moesten wij steeds enorm lachen om mevrouw Çamarche.  Ze zei het wel honderd keer…De zaak zat nog niet vol, want het was pas begin mei. Voldoende tijd om gezellig te klessebessen over van alles. Over de twee blonde kindjes, onze uiteindelijke vakantiebestemming (Bairols, in het achterland van Nice) en natuurlijk over wijn! Wijn uit Bourgogne uiteraard. Mevrouw Çamarche bleek er enorm veel van te weten. De avond kabbelde voort, het werd laat en het geduld van het kroost raakte op. Ze wilden wel naar de kamer en ook wel zonder ouders. Geen enkel probleem, dat vertrouwen gaven we.

Digestif

We hingen aan haar lippen: ze wist ons aardig bij te praten over pinot noir, Nuits-Saint- Georges en andere mooie appellations uit de Côte de Nuits. Maar na de koffie was het toch echt tijd voor het digestif, het liefst een lokale suggestie. Oprecht geinteresseerd informeer ik naar de mogelijkheden. We denken aan Marc de Bourgogne, maar wat raadt zij ons aan?

Deze vraag is een spekkie naar haar bekkie en de aanleiding tot een gratis college over  Marc en Fine de Bourgogne. Bestaat er dan ook nog wat anders dan marc? Ja dus! Ça marche!

Marc de Bourgogne is het product van de destillatie van de schilletjes van de druiven die overblijven na de vergisting van rode wijn. Marc is een beroemd druivendraf distillaat uit Frankrijk. De schilletjes bevatten een residu van alcohol. Na de persing, worden de schillen gedestilleerd. Op deze manier wordt optimaal gebruik gemaakt van de hele druif!

Fine de Bourgogne is een ‘levenswater’, een eau de vie, en is het resultaat van de destillatie van wijn of (lie) bezinkzel van wijn, het gedeelte van de wijn dat niet gebotteld wordt. Qua smaak is het eleganter, geraffineerder dan marc de Bourgogne. In fine komen aroma’s naar voren die gewoonlijk niet te vinden zijn in de wijn: geconfijt fruit, ananas, karamel. Soms, na oudering van de fine, komen er zelfs aroma’s van ‘veen’ naar voren: Fine is een elegant en verfijnder product dan marc de Bourgogne.

Elk jaar van veroudering levert een beetje alcoholverlies op; dit noemt men la part des anges, het engelendeel. De marc of fine veroudert op oude vaten; nieuw hout zou te veel zijn stempel drukken. Fine en marc kun je lang bewaren. De kurk mag niet uitdrogen, de alcohol mag niet verdampen. Geeft de beste wijn de beste marc? Niet per se. Men zegt dat armere oogsten soms betere marc geven.

Er gaan flessen open. marc en fine. En ik proef zeker verschillen. Om haar college te illustreren met praktijkvoorbeelden en de verschillen duidelijk te maken, is het nodig om een druppel Marc en fine tussen de vingers te wrijven en de verschillen waar te nemen. Gulzig zuigen we de wijze woorden van mevrouw Çamarche op, vergeten de tijd en bijna onze kinderen. Onze oudste is ons echter voor: zij komt – geheel op haar gemak en zonder schroom, getooid in ongetwijfeld een Jip-en Jannekepyjama, nieuwsgierig poolshoogte nemen in de eetzaal. Het kan allemaal, niemand kijkt er vreemd van op. Maar het is onherroepelijk tijd om afscheid te nemen en ons te bevrijden uit de vineuze klauwen van deze avond. We taaien af.

En zo breekt, jaren later, op dezelfde plek, het moment aan om hetzelfde hotelbed op te zoeken en de indrukken van de dag te laten bezinken. Zoals de lie in het wijnvat, tijd te nemen voor wat nog komen gaat, om herinneringen te laten verrijken en te laten rijpen. Wetende dat de liefde voor de Bourgogne en kneuterige Franse hotelletjes, zich vanaf dit moment voor altijd heeft genesteld. Het leven loopt! Ça marche!

 

 

 

 

 

Advertenties

Sans contact

De Quai d’Honneur op Frioul. In de vroege ochtenduren is hier nagenoeg niemand: de Frioul-If Express brengt nog geen dagjesmensen. Een vaste bewoner van respectabele leeftijd, geeft zijn planten water. In de badjas. Dapper, want wind, zon en extreem weinig neerslag drogen de kale kalkrotsgrond uit waar je bij staat. Trots, want zijn plantjes staat er patent bij. Het is een blikvanger, dit postzegeltuintje: wanneer je de boot afkomt, is het de eerste en bijna enige tuin die je ziet. De natuur van Frioul laat zich nauwelijks bedwingen.

Het is fijn om in alle rust de ochtend gade te slaan en op het dooie akkertje richting het ‘centrum’ van het eiland te kuieren. De uitbaters van de restaurants schrobben de terrassen en maken zich op voor het dagelijks toeristenoffensief. Een handjevol bootjesmensen, wat dorpelingen  en ik halen kraakverse stokbroden, croissants en pains au chocolat bij het kleine, maar fijne kruidenierswinkeltje. Een doosje eieren, wat fruit en vooruit, ook een fles wijn voor de lunch mee in de rugzak.

IMAG0916

Le Quai d’Honneur

Aanvankelijk is de lokale kruideniersvrouw wat stug en ontoegankelijk. Wel vriendelijk, maar ze lijkt niet heel veel plezier te beleven aan haar kruideniersbestaan op dit eiland. Dat kan ik mij goed voorstellen: in de winter is hier geen levende ziel te bekennen en in de zomer wordt het eiland overspoeld door hordes dagjesmensen. Haar man, een typische Marseillais: klein, gedrongen, type ruwe bolster-blanke pit, is een potentiële praatjesmaker, maar meer dan tot beleefdheden uitwisselen over het weer, komen we in eerste instantie niet. Echter, tijdens het derde verblijf op Frioul gebeurt er iets opmerkelijks.

De superette is een épicerie de dépannage, een winkel voor noodgevallen. Je kunt er blikvoer inslaan, reuze handig als je van plan bent om dagenlang te dobberen op zee. Uiteraard is er water-in-flessen, met of zonder koolzuur, ook gekoeld! En veel frisdrank om de dagjesmensen nat te houden. Artikelen voor persoonlijke verzorging, lekkere dingen om het aperitief door te komen. Zelfs groente en fruit en wat voorverpakte vleeswaren, maar jammergenoeg – heel on-frans – weinig kaas.

Het wijnschap is groot te noemen, zeker in verhouding tot de andere producten die er geëtaleerd zijn. Uiteraard wat sterker spul: Ricard en Port, maar ook Crémant de Bourgogne, omdat het leven een feestje is. Kortom, de keuze is er beslist niet reuze, maar gek genoeg kent het wijnschap een aanzienlijk aanbod: van eenvoudig tot iets complexer, oplopend in prijs. Van zalmkleurige rosé uit de Provence, naar een paar rode wijnen en zelfs een witte en rosé Bandol. Een gekoeld flesje mee naar een van de idyllische calanques van het eiland? Geen enkel probleem!

les vins superette

Bandol vraagt om een verkenning, maar op het moment dat mijn parate kennis over de gebruikte druivensoorten in de witte Bandol even hapert, schroom ik niet om hiernaar te informeren bij de eilandkruidenier. Immers, in het land van de wijn heeft vrijwel iedereen de wijnwarenkennis toch op orde? Bien sûr, hij kent de druivensoorten van de rosé, maar dat was niet mijn vraag. Ik zou graag die van de witte willen weten. Desolé, een antwoord heeft hij helaas niet. Ook het etiket biedt geen houvast. Tant pis, het is niet heel belangrijk, of toch, want het ijs lijkt gebroken tussen ons. Een paar dagen later ontdek ik tot mijn verbazing nieuw aanbod. In de aanloop naar de zomer, is het blijkbaar tijd om het assortiment te heroverwegen. De kruideniersvrouw is heel even van slag als ik kom afrekenen. Ze kent de prijs nog niet uit haar hoofd en verifieert het door mij genoemde bedrag nog even door het schapkaartje te raadplegen.

Comme d’habitude is het de volgende ochtend weer tijd voor stokbrood en kom ik nietsvermoedend de winkel in, op weg naar toiletpapier en afwasmiddel. Het echtpaar is druk doende met vakken vullen en inkooplijsten controleren, maar als zij mij ontdekken,  stuiven ze direct op me af en vragen ze enthousiast of de nieuwe wijn mij heeft behaagd. Ik gooi er spontaan een (wellicht iets te positieve) proefnotitie uit! Ze luisteren aandachtig en zijn trots dat er ten minste iemand is die de wijn heeft goedgekeurd. En zo zie je maar weer: wijn verbroedert, wijn ontdooit zelfs de aanvankelijk stugge en op het oog niet zo commercieel ingestelde middenstander…

DSCN3017

Le village

De liefde voor dit eiland brengt ons er steeds weer terug, ook dit jaar. De eerste actie is altijd een bezoek aan de superette. Een blik ravioli voor de eerste dag en een fles wijn uiteraard. Als ik richting de winkel loop, ruik ik de geur van vers gezaagd hout en zie ik de eilandkruidenier verhit achter een zaagtafel stoeien met prachtige planken. Als hij mij ziet, laat hij alles uit zijn handen vallen en roept al van verre een uitbundig ça va! Wat een ontvangst. Ik schud de man de hand en ook zijn vrouw komt achter haar toonbank vandaan voor een begroeting: jullie zijn weer teruggekomen! Oui, oui, ici c’est le paradis, n’est-ce-pas. De kale en saaie betonnen winkel ondergaat een metamorfose: alle schappen worden opgeknapt met fraaie houten planken: hier wordt geïnnoveerd!

De wijnhoek was vorig jaar al opgeknapt, zo belangrijk is het wijnschap blijkbaar, het is de blikvanger van de winkel. Ik complimenteer beide ondernemers, de winkel wordt prachtig. Vooral het mannetje lijkt van trots spontaan enkele centimeters te groeien, het vrouwtje blijft angstvallig in haar afstandelijke rol, hoewel ik toch een schuchtere glimlach om haar mondhoeken zie krullen.

Na een paar dagen ontdek ik de grootste innovatie: contactloos betalen! O ja, ik had heus de laptop achter de toonbank wel gezien, maar had aangenomen dat deze niet voor commerciële doeleinden diende en dacht dat het kruideniersvrouwtje in deze stille uren van het voorseizoen de tijd doodde met een potje Candy Crush.

Een misvatting. Hier is sprake van digitale vooruitgang, van betalen ‘sans contact’. Ik had het tot dusver nog nergens gezien in Frankrijk. Mijn ontbijtboodschappen kosten meer dan de 10 euro die je moet besteden om er gebruik van te mogen maken, zo zegt het handgeschreven kaartje in de vitrine. Ik besluit het erop te wagen, de portemonnaie in aanslag. Het duurt even voordat de verbinding is gemaakt, maar dan zijn er de verlossende woorden bij monde van het kruideniersvrouwtje: het is gelukt. Dat had ik even niet zien aankomen! Resoluut keer ik om en loop richting wijnschap: dit moment moet gevierd worden! Ik kies een fles van onder een tientje en betaal, sans contact

 

 

In the spotlight

Artikel geschreven voor de rubriek “In the spotlight” op verzoek van het regiobestuur van de Nederlandse Vereniging van Directie- en Managementondersteuners.

In the spotlight – Margôt van Slooten

Het felle, kille en harde licht voelt altijd wat ongemakkelijk: licht dat alle contouren, rimpels en onvolkomenheden keihard blootlegt. Geef mij maar het zachte, warme en gedimde licht. Het lekker veilige licht. Het zoete, bijna onbeschrijfbare licht van het ‘gouden uur’ dat zich openbaart net voordat de zon afscheid neemt van de dag. Het licht dat het landschap lijkt te vergulden. Het spannende licht dat inspiratie geeft voor het verhaal dat verteld moet worden.

Onze beroepsgroep is het immers niet gewend om in het volle licht te schitteren op het podium. Ik gedraag mij op de meeste dagen als een stille kracht die bedachtzaam aanwijzingen geeft in de coulissen en geruisloos over het podium schuifelt. Herkenbaar toch?

En stiekem lokt de spotlight, voel je de aantrekkingskracht van die krachtige bundeling licht. Een schuchter eerste stapje zetten, niet aarzelen en ferm in het volle licht stappen. Een kans om te schitteren en ‘te laten zien wat je kunt’.

Ik ben Margôt, mét een T en geboren met een deftig dakje op de o!

Als klein Margootje, opgroeiend op Texel, was ik altijd aan het struinen in de duinen, in het bos en op het strand. Een paradijs: vogels, plantjes en dieren dichtbij. Ik had tevens de afwijking om ‘mee te schrijven’ met de kalme commentatorstem bij de natuurseries van Jacques Cousteau. Notuleren en verslagleggen avant la lettre, het zat er blijkbaar al vroeg in.

Het paradijs en de horizon

Er bleek nog een paradijs te bestaan: Frankrijk! Mijn liefde voor de Franse taal, het Franse leven, Franse chansons en Franse wijn ontstond toen ik zestien was. Tot die tijd had ik de zomervakantie doorgebracht op Texel en bestond het buitenland alleen op televisie, in de Grote Bosatlas (waarin ik vele uren had rondgedwaald) en in mijn fantasie. En route naar het Zuiden over de Route Nationale werd ik verliefd, dit was mijn land! Ik bracht mijn schoolfrans in de praktijk, dolblij het eindelijk te kunnen toepassen en onder de platanen bracht ik stiekeme uurtjes door met mijn eerste (en laatste) vakantieliefde. Tot een Franse man kwam het dus niet. Soit. Deze heerlijke en heftige kennismaking met Frankrijk en vooral met de Provence was er een voor het leven. Ook de liefde en passie voor wijn, wijnbouw en wijngebieden groeide gedurende de jaren. Gretig slurpte ik de informatie op en haalde het Wijnbrevet, had nog meer dorst naar wijnkennis en begon aan de vinologenopleiding. Heerlijk om mijn horizon zo te verbreden. Heerlijk om mij te verwonderen over dagelijkse dingen en ongewone ontmoetingen in de wondere wereld tussen Noordzee en Mediterrannée. Omdat het schrijversbloed door mijn aderen stroomt en verhalen nu eenmaal verteld moeten worden, leg ik deze vast op mijn blogsite “Tussen Noordzee en Mediterrannée”.

Tweede keus

Mijn keuze voor het secretaressevak was zeker geen bewuste. Het liefst was ik boswachter geworden, maar toen het beroepskeuzemoment kwam, bleek ik niet over het broodnodige bèta-talent te beschikken. Hoe dichter het examenjaar naderde, hoe meer naar voren kwam dat de talen en de alfa-vakken mij beter lagen. Niet getreurd: aardrijkskunde was ook een tof vak, moderne talen lagen mij wel en de wondere wereld vol onbekende en te ontdekken plaatsen lonkte. Opeens wist ik wat ik wilde worden: reisadviseur. Ik werd helaas niet toegelaten tot de opleiding en ik wist even niet wat te doen. De leraar Frans en tevens decaan adviseerde mij destijds – we schrijven begin jaren ’80 – om te kiezen voor een tweejarige studie directiesecretariaat. Het kon geen kwaad, volgens hem, secretaresse was het vak van de toekomst! Ik kon niet anders dan zijn advies opvolgen, het was te laat voor iets anders en met het voorstel voor het nu zo populaire ‘tussenjaar’ hoefde ik thuis niet aan te komen.

Behalve blind leren typen (op een mechanische machine!) is er van alle vaardigheden die ik ooit heb moeten leren, weinig meer toepasbaar in het dagelijks werk. Stenograferen in Nederlands, Engels, Frans en Duits: ik heb het na het examen nooit meer hoeven gebruiken, maar ik kan het nog steeds! Uitermate handig om soms eens iets in deze geheimtaal te noteren, zodat anderen het niet kunnen lezen. Ik had een fantastische stageplek: het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel. En zo had ik toch nog een beetje het boswachtersgevoel. Bijkomend voordeel was dat mijn stagebedrijf vanwege de wetenschappelijke status voorop liep met innovatie en digitalisering. Het stageverslag mocht ik maken met behulp van WordPerfect, de voorloper van Word. Revolutionair, want veel andere klasgenoten moesten zich redden met het correctielint op de elektrische schrijfmachines.

“Het beroep van de toekomst”, ik hoor het de decaan nog zeggen. Helaas was er na de diplomering geen droog brood te verdienen in het secretaressevak. Er was überhaupt weinig werk. Mijn klasgenoten die naar de Pabo gingen, hebben nooit voor de klas gestaan. Uiteindelijk kwam ik bij de Rabobank terecht en kreeg de mogelijkheid om via de combinatie studeren-werken aan de slag te gaan. En voor mij betekende dat een kans om via een zijweg toch reisadviseur te worden. Immers, de Rabobank beschikte in die tijd over een bloeiend netwerk van reisbureaus (in bijna elk filiaal was een reizenbalie). Zo werd ik toch nog wat ik ook wel wilde worden: reisadviseur.

Dat de ingezette digitalisering niet te stoppen viel, werd in de loop der jaren wel duidelijk: de eerste geldautomaat deed zijn intrede. Van de bomvolle bankhal op vrijdagmiddag naar duimendraaiende kassiers. Steeds meer mensen kregen een pc en er was internet. De reizenbalies gingen dicht, klanten boekten voortaan zelf hun reizen. Het was tijd om terug te keren naar waar ik voor geleerd had:  secretaresse.

Op het moment dat ik echt instapte in het beroep, had ik niets meer aan mijn stenovaardigheden. De meeste kennis was achterhaald. Er was eigenlijk al geen sprake meer van de ‘tikgeit’, het Toren-C-type dat de hele dag brieven of andere informatie gewillig overtypte. Outlook was echter net uitgevonden, afspraken werden meestal nog gemaakt in een papieren agenda. Met potlood, zodat je kon gummen als de afspraak verzet of werd geannuleerd. Typex, de redding bij elke verschrijving, vloeide nog rijkelijk in die dagen. Vergadersets waren lijvige bundels documenten. Mijn boswachtershart huilde: daar ging weer een boom.

Een ander licht op de zaak

De afgelopen 8 jaar heb ik mijn licht laten schijnen op Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag. Een prachtige werkgever, waar wij met elkaar trots zijn op wat wij doen en waar wij voor staan: we helpen volwassenen, jongeren of kinderen, beperkt door de complexe gevolgen van een aandoening, ongeval of ziekte om optimaal te revalideren. Iedere patiënt werkt met ons aan maximale zelfredzaamheid, met als doel: deelname aan de samenleving. Bij ons staat de vraag van de patiënt in de schijnwerpers: zijn hulpvraag is het uitgangspunt van iedere behandeling. De behandelteams zijn het podium waarop revalidatieprofessionals acteren en nauw samenwerken aan het verbeteren van zowel het lichamelijk, geestelijk als maatschappelijk functioneren van een patiënt. Onder het motto ‘laat zien wat je kunt’ doelen onze behandelingen op: het versterken van eigen regie en zelfredzaamheid, het (her)vinden van eigen mogelijkheden én het benutten van maatschappelijke kansen.

Langzaam maar zeker heeft de digitale revolutie een ander licht geworpen op de bedrijfsvoering en ook op het secretaressevak. Ook bij Revalidatie Friesland is dat besef doorgedrongen. Vergaderen doen we digitaal, afspraken maken we digitaal, documenten delen we digitaal. Processen worden geautomatiseerd, kunnen slimmer. En daar komt de laatste tijd nog bij om meer te focussen op competenties dan op kennis. Jouw vakkennis moet op orde zijn, maar verder is bijna alles (bij) te leren.

Een leven lang leren

Dat we blijvend moet leren en ontwikkelen, op elk niveau, is een feit. Nederland scoort relatief hoog op deelname aan ‘een leven lang leren’. Bij Revalidatie Friesland hebben we dit vertaald in ‘Leerlijnen’. Een Leerlijn volg je vanaf je start bij Revalidatie Friesland en geeft je richting in het opdoen van kennis en ervaring. We hebben daarvoor een Leerplein ingericht waar medewerkers e-learningmodules volgen en een eigen portfolio bijhouden: er zijn ruim 100 modules opgenomen. Niet alleen voor revalidatieprofessionals, maar voor iedereen: er zijn modules ontworpen voor alle medewerkers, dus ook voor de ondersteunende functies, bijvoorbeeld: storytelling, timemanagement, Lean, delegeren, strategisch denken.

Volg het licht

De wereld om ons heen verandert in rap tempo. Het decor op het podium verschuift voortdurend. We moeten meebewegen, de spotlight volgen. Soms moeten we van rol wisselen en haalt ‘de baas’ thee en laten wij ons gewillig bedienen. We nemen de eigen regie als het moet, net als onze patiënten. We staan wellicht iets minder tussen de coulissen dan voorheen, durven het felle licht te trotseren.

Pak je podium en stap in het volle licht! Wees niet bang voor de intensiteit van de spotlight. De krachtige stralen geven ook warmte en zullen je gouden momenten bezorgen. Ook het felle licht is spannend en geeft het laatste zetje voor het verhaal dat verteld moet worden. Er is geen weg meer terug, de spot is op jou gericht: laat zien wat je kunt!

 

Warm hart voor champagne

Tijdens een wijnreis Bourgogne en Champagne maakt een groep vinologen-in-opleiding nader kennis met wijnjournalist Gert Crum. Ik ben één van die gelukkigen. Zijn charisma en het nog altijd zeer beeldende college van enige maanden geleden is mijn geheugen binnengedrongen als de wortels van een wijnstok in de kalkbodem van Bourgogne, is in mijn brein opgezogen als water in de krijtpuisten van Champagne. Ik hing aan zijn deskundige, boeiend verhalende lippen tijdens het mobiel college in de bus. Bourgogne was het decor voor een boek van formaat dat eerder van zijn hand verscheen: La Domaine de la Romanée-Conti. Een prachtig boek, en – zo beloofde Gert ons plechtig – er was een nieuw werk in voorbereiding. Eveneens een lijvig boek, boordevol mooie informatie over champagne.

Flux de paroles

Het voorwerk was in ieder geval grondig: de wijnschrijver wekte de indruk elke centimeter van dit gebied te kennen, getuige het feit dat hij in de dorpsstraten van rustieke wijndorpjes in de enig levende ziel op straat nog een wijnboer herkende. En die wijnboer zwaaide dan ook nog terug! Hoe dan ook, ik keek vol verwachting uit naar een soort Grote Crum der Champagnes. Want hoe ijverig ik ook had genotuleerd tijdens de rondrit door Champagne om de flux de paroles proberen vast te houden, na enige maanden waren de zo noest genoteerde wetenswaardigheden tijdens de busrit over hobbelige D-weggetjes verworden tot moeilijk leesbare, kriebelige kattenbelletjes.

IMAG0681

Champagne Louis Roederer

Vooral het bezoek aan Champagne Louis Roederer was – en dan druk ik nog voorzichtig uit – uitermate indrukwekkend. Een onvergetelijk, tot in de puntjes en onberispelijk georganiseerd bezoek met een proeverij van de vins clairs én het magnifieke eindproduct. Als complete verrassing volgde een diner op een sprookjeslocatie: het privébezit van de familie Roederer in hartje Reims. Een diner waarin fijne spijzen vergezeld gingen met de allermooiste champagnes: Cristal 2009; Cristal 2002; Louis Roederer Vintage 1993; Cristal Rosé 2009. Een extreem gelukkig huwelijk tussen wijn en spijs. Alles klopte!

roeder proeven

Van vins clairs naar magnifiek eindproduct: champagne!

We maakten kennis met Jean-Baptiste Lécaillon (directeur-général, chef du vignoble en chef des caves tegelijk!) en Michel Janneau (executive vice-president). Lécaillon liet zich vooral zien in de rol van deskundige onderzoeker en ambachtelijke wijncreateur, als visitekaartje voor de kwaliteitschampagnes van dit huis. Een perfectionist! Jeanneau meer als klassieke Franse charmeur, ambassadeur van de ‘zachte’ kwaliteit en op deze gedenkwaardige dag legde hij zich tijdens het diner vooral toe op het onderhouden van de contacten met het vrouwelijk schoon. Kortom: donderdag 13 april 2017 gaat de boeken in als een memorabele ervaring onder het label une experience qu’on a qu’une fois dans sa vie.

lecaillon en janneau

Jean-Baptiste Lécaillon en Michel Jeanneau

roederer-diner.jpg

De herinnering blijft

De herinnering aan die magische momenten komt weer helemaal terug bij het openslaan van Champagne – le réveil des terroirs. Mijn voorzichtig bladeren, met fris gewassen handen om de maagdelijk glanzende bladzijden niet te bezoedelen,  wordt tevens door de wijnkater des huizes opgemerkt. Hij is dol op wijnboeken, is mijn trouwe wijnstudiebegeleider en belooft dat hij het boek met respect zal betreden. Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben en het boek aan een eerste inspectie onderwerp, ontsnapt tegelijkertijd een zuchtje weemoed…

IMAG0504

Wijnkater Thomas O’Mally keurt het goed

Dit is een boek dat je óf zult aanschaffen voor een bijzondere gelegenheid óf juist als impulsaankoop koopt, omdat de omslagfoto je direct betovert.

IMAG0475

Gert Crum – Champagne-Le Réveil des Terroirs – Digipublishers

Beide gevoelens zijn op mij van toepassing. De eerste blik op het boek, de uitnodigende fijne mousse in het champagneglas met de weerspiegeling van de kathedraal van Reims, is magisch en maakt nieuwsgierig, maar tegelijkertijd weet je dat dit boek niet zo maar een gidsje over wijn is. Dit enorme boekwerk, de champagnebijbel onder de champagneboeken, is beslist geen niemendallerig gidsje, geen prul of goedkope ramsj. Het is iets bijzonders. De aanschaf van een dergelijk boek verdient juist een mooie of bijzondere gelegenheid. Een memorabel moment dat altijd onlosmakelijk met het boek verbonden zal zijn; een moment waarover je later opschept tegen de kleinkinderen en het boek als tastbaar bewijs kan tonen.

Sour grapes

Dat mooie moment of die bijzondere gelegenheid deed zich helaas niet direct voor. Mijn verjaardag leek nog ver weg te zijn, in de laatste maand van dit jaar. Zo lang kon ik niet wachten. Een andere geschikte gelegenheid diende zich aan: een cadeau voor het diploma vinoloog wellicht? Als kroon op het intensieve jaar leren? Een zeer nobele gedachte en een dergelijke beloning had uiteraard toepasselijk geweest. Echter, één cruciale fout bij het proeftechnisch gedeelte, door de verschrikkelijke twijfel die mij overviel, kostte mij die kroon. Deze twijfel openbaarde zich ongelukkigerwijs ook nog bij de allereerste (mousserende) wijn in het glas en deed de zo zorgvuldig opgebouwde kennis ineenstorten als onhandig opgestapelde champagneflessen. Hoewel docent Robert Handjes nog zo gehamerd had op de juiste aanpak en ik veel van hem geleerd had over (de juiste) keuzes maken en trouw blijven aan wat je waarneemt, bleef ik maar twijfelen, wijzigde ik mijn keuze tot twee keer toe en nam uiteindelijk de verkeerde beslissing. Een vergissing die mij het diploma kostte, nét te veel getwijfeld en het verkeerde hokje gekleurd. Een vergissing met een zure en enigszins bittere nasmaak. Sour grapes

En garde

Wat mij echter wel aan het denken zette, was waarom ik zo twijfelde. Ik kon maar een ding bedenken: blijkbaar ontbrak het mij aan kennis, er was een lacune in het organoleptisch centrum. Ergens, op het traject tussen mond en brein stond een wissel verkeerd. Het deed wel een beetje pijn. Immers, in de ruim 50 jaar op deze aarde was ik behalve voor mijn rijexamen nog nooit ergens voor gezakt. Ineens was het volkomen helder: ik moest aan de slag met champagne. Andere en nieuwe kennis tot mij nemen. En toen liet de uitgever ook nog weten dat de voorraad boeken tanende was. Het was onverdraaglijk om de aankoop nog enkele maanden uit te stellen, wetende dat ik dan achter het net zou kunnen vissen. Wat nou wachten op je verjaardag, een of ander gewichtig moment, een feestje, wachten met kennis verzamelen? En garde!

Geen dorre encyclopedie

Dolblij ben ik met het indrukwekkende boekwerk dat inmiddels mijn schoot bezwaart. Mijn bestelling heb ik laten bezorgen bij Welkoop in het buurdorp. Vond ik wel passend: de lekker groene, landelijke en no nonsense-uitstraling van deze keten in schril contrast met de chique blingbling-zweem die om champagne hangt. Verscholen tussen nestkastjes, bladblazers en het zelf-jam-maken-schap, dook het pakket op. Het knulletje achter de balie had geen idee wat voor moois hij over de toonbank schoof. Nadeel van deze bestelmethode was dat een persoonlijke boodschap van de wijnschrijver ontbrak…

Het is nogal lijvig, dit meesterwerk. De sportschool is overbodig: ruim 2 kilogram en 500 bladzijden oefenen een constante druk op de bovenbeenspieren uit. Kaartenfreaks zoals ik komen volledig aan hun trekken: mooie, overzichtelijke detailkaarten van de lieux-dits per cru (=gemeente) geven inzicht in de situatie ter plekke. Ook de vormgeving is prachtig: een fijn lettertype. De prachtige en treffende foto’s van Jan Bartelsman zijn een lust voor het oog en de unieke tekeningen van Cees Nouwens zijn zeker van toegevoegde waarde. Dit is beslist geen dorre encyclopedie, maar een kijk- en bladerboek en tegelijkertijd een studieboek van formaat. Het is tevens reisboek, restaurantgids, atlas, geschiedenisboek en uiteraard verplicht voer voor wijnstudenten, maar zeker ook voor amateurs die alles over champagne willen weten.

Relatiebeheer

Zelfs mijn gekriebel in het notitieboekje van april komt weer wat tot leven. Ik herken de steekwoorden en lees nu het uitgebreide verhaal erachter. Crum schrijft helder en doeltreffend, met oog voor historie, geologie, biologie, cultuur, politiek, oenologie; met gevoel voor taal, journalistiek en detail. Hij neemt je mee op reis door Champagne, zoals hij mij werkelijk mee op reis nam in april. Uit alles blijkt dat hij niet te vroeg geoogst heeft: elke zin, elk hoofdstuk is weloverwogen. Bij het tot stand komen van dit boek is enorm veel werk verzet. Niet alleen door geschreven bronnen te raadplegen, maar vooral ook door het opbouwen van een relatie met de producenten ter plaatse. Het is mooi dat niet alleen de grote champagnehuizen aan bod komen, maar er tevens aandacht is voor kleine producenten en terroirchampagne.

Is dit een boek van louter lof of valt er ook een kritische noot te noteren? Lastig, want ik was al fan van docent en schrijver Crum. Dat hij een selectie heeft moeten maken in de keuze voor producenten, soit. Champagne is nu eenmaal complex en zal immer tot de verbeelding blijven spreken. Je kunt nooit compleet zijn en dat hoeft ook niet. We kunnen onmogelijk alles weten en zouden wij dat wel kunnen, viel er niets meer te ontdekken! Viel er niets meer te leren!

Dit boek maakt nieuwsgierig, het is verslavend voor champagneliefhebbers en het is wellicht een openbaring voor champagnehaters. Gevaarlijk dus. Vooral de bloemrijke proefnotities maken het de lezer niet makkelijk. Na een kleine test (het consumeren van deze proefnotities bij ontbijt, na de lunch of middernacht had hetzelfde resultaat overigens) gingen de receptoren in mijn neus van nieuwsgierigheid kriebelen en kwamen de speekselklieren verwachtingsvol in stelling. Kortom, het verlangen groeit tijdens het lezen. U bent gewaarschuwd!

Een mooi glas champagne erbij, dat is wat het leven glans geeft.Niet alleen in de decembermaand, maar altijd. Als aperitief of bij het diner. Champagne – le réveil des terroirs wijst ons immers de weg! Bij ieder hoofdstuk een mooie champagne kiezen, mijn organoleptisch vermogen trainen.

Santé op een prachtig boek. Zonder handtekening van de meester. Dat is niet erg. Zijn leerzame lessen en de bijzondere ervaringen in Champagne en met champagne hebben zijn handtekening al in mijn geheugen opgetekend…

IMAG2267

Lodi ‘Old Ghost’ old vine Zinfandel 2014

IMAG0110.jpg

“Je moet er wel iets bij eten”, vertrouwt Ibert van der Waal mij toe als hij mij de prijs van het kennisspelletje aan het eind van de les plechtig overhandigt. Een goede tip, want hij leerde ons al dat dit inderdaad geen lichtvoetige wijn is die zich solo laat drinken. Ik had de ‘Old Ghost’ nog wat langer in de fles kunnen laten, de wijn leent zich immers uitstekend om opgelegd te worden, maar mijn nieuwsgierigheid wint het van het geduld. Een mooie zomeravond (conform het advies met ‘iets te eten’ erbij) en dito gezelschap vormen een perfect moment om de oude geest uit de fles te bevrijden.

Tijdens het openen van de fles komen de herinneringen aan het memorabele moment van het spelletje “petje op, petje af” in de les van Ibert van der Waal (docent Noord-Amerika bij de Wijnacademie/sales manager bij wijnimport J. Bart) met een zachte zucht en een weemoedige glimlach terug. Het is sowieso al een dingetje voor mij, een wijn uit de Nieuwe Wereld, want meestal beantwoordt die niet zo aan mijn smaakprofiel, weet ik nog niet zo heel veel van Californische wijnen en ben ik eigenlijk geen spelletjesmens. Maar vooruit, als de inzet een mooie fles wijn van goede kwaliteit is, doe je uiteraard je stinkende best, vooral als je weet dat er zo’n 70 nieuwsgierige kapers op de kust zijn. Lucky me. Ik won en dan ben je toch wel een beetje trots. Het leek mij daarom wel zo aardig om hierbij te laten weten wat mijn medestudenten zijn misgelopen.

ibert

Alles in Amerika is groter, dus ook de fles. Een vergelijkend warenonderzoek levert het bewijs: de Lodi ‘Old Ghost’ old vine Zinfandel 2014 van Klinker Brick Winery weegt twee keer zoveel als een ‘normale’ fles van 75 cl. Flinke arbeid voor de pols! De mijne vindt dit gewicht overigens niet fijn, dus van een vaste hand is bepaald geen sprake en zo maak ik vlekken. Een lodderige diep paarsrode druppel zuigt zich in het maagdelijk witte, mysterieuze etiket met – in relief-  het karaktervolle silhouet van een oude zinfandel.

Lodi

Een grote wijn maken begint met een geschikt klimaat en een goede bodem. Lodi is dé streek voor zinfandel. Het mediterrane klimaat (ideaal voor warmteminnende soorten als zinfandel) en de zanderige leembodem zorgen voor ideale omstandigheden voor deze typisch Californische druif. Grofweg ligt Lodi tussen de San Francisco Bay en de Sierra Fouthills van de Sierra Nevada, de poort tot Central Valley, op zo’n 160 km van de San Fransisco Bay. Overdag is het er warm en ’s avonds koelt het af. Verkoelende briesjes uit de rivierdelta van de San Joaquin voorzien de regio van een betrouwbare en natuurlijke airconditioning tijdens het groeiseizoen. Dit perfecte klimaat is voor wijnmakers ideaal om rijke en volle wijnen te maken met een een verfrissende natuurlijke zuurgraad. Het groeiseizoen is relatief droog. De meeste regen valt in de winterperiode, zodat ziektes weinig kans krijgen en de druiven goed kunnen rijpen, met minimaal ingrijpen in de wijngaard.

Fruitschuur

In Lodi groeit het fruit voor veel merkwijnen. Al eeuwen maken druiven er deel uit van de natuur. Nog altijd sieren wilde druivenranken de bomen aan de oevers van de rivieren Mokelumne en Cosumnes. Een van de oudste en oorspronkelijkste rassen is de zinfandel. Rond 1850 komen veel dorstige goudzoekers en avonturiers hun geluk beproeven in dit deel van Noord-Amerika. De vraag naar drank neemt enorm toe en in die vraag wordt voorzien. De eerste wijngaarden worden aangelegd door o.a. Charles Weber en George West. Vooral zinfandel en tokay doen het goed op de zanderige leem- en kleibodem.  De wijnbouw floreerde en zelfs de Prohibition (1919-1933) had weinig effect op Lodi.

Zinfandel Capital of the World

Lodi heeft zichzelf uitgeroepen als Zinfandel Capital of the World,  40% van de productie van Californie komt hier vandaan en er is een naam opgebouwd met de Old Vine Zinfandels. De oudste stokken staan er sinds 1888. Die oude knarren hebben lage opbrengsten, maar brengen een hoge kwaliteit fruit voort. Met het verkrijgen van de status van AVA Lodi in 1986 treden producenten uit de schaduw van de grote merkwijnen. De vraag naar droge kwaliteitswijnen neemt immers toe en historische druivenrassen als tokay, chenin blanc, maakten plaats voor moderne rassen als cabernet, chardonnay en merlot. Alleen de geest van de zinfandel blijft ronddolen en vormt nog de link naar het verleden.

Old-Vine-Zin-Walking-sml

Back to the roots

Back to the roots dus: een dozijn wijnmakers gaat ervoor om de natuurlijke omstandigheden optimaal te benutten om een gecompliceerde en complexe wijn te maken; zij koesteren de oude stokken zinfandel. Een van deze wijnmakers is Klinker Brick Winery.  De familie Felten zwaait er de vineuze scepter over 15 percelen “Old Vine” Zinfandel (varierend in leeftijd van 40 tot 120 jaar). Deze senioren wortelen in zanderige leembodems en horen tot de subregio’s Mokelumne River en Clements Foothills. Old Ghost valt onder de sub-AVA Mokelumne River. De Feltens en Klinker Brick hebben slechts één doel: het produceren van wereldklasse wijn!

Old Vine 1

De beste percelen met de meest bejaarde stokken verdienen het om met hun minuscule opbrengst (minder dan 1000 kg per hectare) bij te dragen aan het ontstaan van Old Ghost. Leuk om te weten: de druiven voor deze fles werden geoogst op 14 september 2014.

Recalcitrante bejaarde

Deze oude geest heeft zijn eigen willetje en gedraagt zich idem dito in de kelder. Een uitdaging voor de wijnmaker om de geest in de fles te krijgen. Wijnmaker Barry Gnekow spreekt klare taal over het maken van Old Ghost. Vrijwel elk jaar maakt de poltergeist die in het fruit leeft, het hem enorm moeilijk en gedraagt zich als een recalcitrante bejaarde. Nogal onwillig om mee te werken aan de fermentatie, ondanks technische moderniteiten en creatieve keldertechnieken, als een oudere die de digitale revolutie niet meer kan bijhouden. Het fruit van deze oude stokken zinfandel zorgt elk jaar weer voor uitdagingen in de kelder. Misschien zijn het de kleine opbrengsten die veroorzaken dat de wijn ‘vast blijft zitten’ in zijn reis naar volledige vergisting, maar zeker is dat The Old Ghost treitert en zijn wil oplegt aan de wijnmaker. Uiteindelijk geeft hij zich gewillig over en er ontstaat een unieke en zeer complexe wijn.

Old-Vine-Zin-3-sml

De geest uit de fles

Ik ben voorbereid op een flinke dosis alcohol, Amerikaans eiken en zet mijn smaakpapillen schrap. Is het levenselixer of is het toverdrank? Komt de geest uit de hemel of is het een plagerig duiveltje? Ook dit aspect lijkt gemanaged door de Amerikanen: de eerste indruk moet goed zijn, daar krijg je geen tweede kans voor. En dat lijkt effect te hebben: ik haak niet direct af, deze wijn verrast enorm. Mijn beeld over Californische wijn (simpel, plakkerig zoet, houtgedomineerd) moet ik direct bijstellen. Natuurlijk is de houtopvoeding (40% Frans eiken, 60% Amerikaans eiken, 18 maanden) zeker niet te negeren, maar de hinderlijke, geparfumeerde vanillegeur blijft achterwege. In plaats daarvan stijgen fijne aroma’s op die mij doen denken aan een pot dikke, zwarte bramenjam met een rasp verse kruidnagel en exotische specerijen, maar ook aardse tonen komen naar voren. Hoe langer ik ruik, hoe meer ik ontdek: je blijft er maar aan snuffelen!

Dan volgt de eerste slok: niet té spicy, de rijpe fruitbom heeft de overhand. De kleine vruchten (dus relatief veel schil) zorgen voor het vrijkomen van veel antocyanen en tannines. De wijn is daardoor stevig geschraagd met tannines, maar deze zijn mooi rijp. Het alcoholpercentage is enorm (15,9%!), maar gek genoeg stoort dit niet. Het geeft de wijn wel een iets zoete indruk. Het percentage restzoet is 5,5 gram/liter en is prachtig in balans met de mooie zuren (PH 3,68). De afdronk is fantastisch lang en gloedvol. Die oude geest strooit zonder schroom zijn magische krachten: bij elke slok verovert hij mijn hart, hij houdt mij in zijn geestengreep. En daarin schuilt nu net het gevaar. Dit is een wijn om gul te delen! Als je slechts één fles hebt, blijft er in een groter gezelfschap wel geteld één glas puur geluk over om intens en gefocust van te genieten, terwijl elke reuk- en smaakcel schreeuwt om aandacht. Om meer!

En er is niet meer. Ik vind het zelfs zonde dat ik een druppel verspild heb. Van mijn prijs blijft slechts de eeuwige roem over. Eeuwige roem voor deze plaaggeest, waarvan je zou willen dat je nog een paar flessen had om te bewaren. Om over een paar jaar te ontdekken wat The Old Ghost nog meer in petto heeft, een levenselixer voor de toekomst. De magnifieke oude geest in de fles kwam los en wist de mijne te overtuigen en te betoveren. Pleased to meet you, Old Ghost.

 

 

 

 

 

 

Een eik is een boom, maar een boom is niet altijd een eik

Margôt van Slooten

Met deze gevleugelde woorden illustreert wijndocent Robert Handjes zijn laatste ochtendles van dit vinologisch schooljaar. De realiteit komt keihard binnen: dit is echt de laatste proefles. Vanaf nu zal hij ons niet meer leiden door het wereldwijde woud van wijngaarden, de karakteristieke kenmerken van druivensoorten of klimatologische wetenswaardigheden. Slechts twee lessen scheiden ons van de examens, terwijl ik het gevoel heb dat we nog maar net begonnen zijn…

Nog geen jaar geleden smaakten de voorbereidende lessen voor het wijnbrevet naar meer! Mijn dorst naar wijnkennis was groot: de druppels kennis die ik tot mij genomen had, waren slechts als aperitief bedoeld. Sterker nog, de opwekkende bubbels vinthousiasme na het behalen van het wijnbrevet wilden de fles uit. Mijn wijndocenten stimuleerden mij om die knagende kennishonger te gaan stillen bij de Wijnacademie. En zo geschiedde: na de zomer investeerde ik mijn roostervrije dag bij een totaal niet-op-wijn-gerichte werkgever in een vakopleiding op wijngebied.

Tijdens de middaglessen ging er, naast mijn favoriete oude wereld, ook een nieuwe wereld voor mij open. Elke middag, waarin een gastdocent uit de praktijk zijn of haar specialisme doceerde, was een cadeau. Iedere les was waardevol: een combinatie van sociologie, geografie, geologie, topografie, taal, geschiedenis, biologie, scheikunde, marketing. Juist die diversiteit in aspecten maakte de lesstof en hele studie voor mij bijzonder aantrekkelijk.

Een kleine proeverij van de mooie wijndocentenkaart:

  • Mooie herinneringen aan de les van René van Heusden, alias “Mr. Lunch”. Na bijna elke dia kwam wel een briljante lunchtip. En dat na een lunch van saaie Hollandse bruine boterhammen met kaas. Wat deden wij verkeerd? Het mondvocht bleef maar lopen, vooral bij de fantastische droge (!) Rieslings waarmee hij ons liet kennismaken. Bizar dat ons op de allerlaatste lesdag het droevige bericht bereikte dat deze bijzondere man onverwachts is overleden. Zeer dankbaar dat wij zijn les tot ons mochten nemen.
  • Magister Vini Lars Daniëls nam ons mee door de Rhônevallei, Languedoc & Roussillon en de Provence. Mijn favoriete Frankrijk, zucht… Het werd een heerlijke middag Typiciteit. Al snel stak er een mistral van wervelende woorden op en deze joeg in al zijn frisheid alle muizenissen weg. Typisch rosé, typisch Rhône en de revival van de Languedoc. Een informatiekanon, die Lars. Tevens een zware les in heimwee….
  • Xavier Kat nam ons mee in good old Bordeaux. Keurig in een jasje natuurlijk, zoals het heurt in Bordeaux. Verder geen kouwe drukte of drukdoenerij: petje af, wat weet die man weet veel!
  • Italië-kenners Claudia van Dongen en Fred Nijhuis dompelden ons ons onder in La Dolce Vita: wijnbouw van de Alpen tot Sardinië: indrukwekkend veel druivensoorten.
  • Spanje en Portugal wervelden vurig door het klaslokaal onder leiding van Olaf Kerstens en Rudolf Nipius. Wat leerden we vooral? Dat Portugal meer is dan port en dat Spanje veel meer te bieden heeft dan de grote hout gedomineerde krachtpatsers van de tempranillodruif.
  • Frank Jakobs bracht ons allen terug op aarde bij de les ‘Terroir en commercie’. Het begrip terroir werd ontleed en we mochten in een groep consensus bereiken over de proefnotitie en de consumentenprijs. Dat viel niet mee, we sloegen de plank behoorlijk mis en zouden geen cent hebben verdiend.
  • Heel bijzonder was het om via een live-verbinding tussen Maarn en Limburg een inkijkje te krijgen bij de wijnoogst van wijngaard St. Martinus in Vijlen. Stan Beurskens maakte het mogelijk!
  • Persoonlijk hoogtepunt was de Bourgogne & Beaujolais-les van Gert Crum: een icoon, een meesterverteller, een held. Zijn vurig pleidooi en het inkijkje in het mooiste wijngebied van Frankrijk heeft mij diep geraakt. Hij legde het wezen van de Bourgogne bloot en nam ons mee naar het heilige der heiligen, het beloofde wijnland, daar waar de geschiedenis van de wijnbouw diepgeworteld is en terroir een begrip is. Zijn charisma en de zeer beeldende les is in ons geheugen binnengedrongen als de wortels van een wijnstok in de kalkbodem van Bourgogne. En wat was ik gelukkig dat het lukte om mee te gaan met de wijnreis naar Bourgogne en Champagne. De lesstof uit het boek kwam op deze manier echt tot leven: het met eigen ogen zien, zegt zoveel meer dan tekst.
  • De les van Frank Donker spoelde alle romantiek weg die we in alle lessen ervoor hadden ingenomen en hij ons inwijdde in de wereld van de bulkwijn. Ontnuchterend en interessant tegelijk. Opeens begrepen we wat Gert Crum ons vertelde over wijn uit “the valley”. De Bourgogne versus de Nieuwe Wereld: landen waar het klimaat je altijd toelacht en druiven altijd rijp worden, waar irrigatie mag, chaptaliseren of aanzuren is toegestaan, daar waar grootschaligheid, mechanisatie en efficiency hoog in het vaandel staan.

Terug naar ochtendlessen: het was heel bijzonder om ’s ochtends in alle vroegte te vertrekken uit het Noorden van Nederland. Het was daarbij een voordeel dat ik een maatje vond om samen mee te reizen en waarmee het ook nog klikte. Een soort lotgenotencontact ontstond. De reis naar Maarn werd een stuk aangenamer en de saaie autorit over de altijd drukke A28 werd een podium om vooraf te beschouwen en te evalueren na afloop van de lesdag.

Het allermeest was Robert Handjes ons opbubbelende gespreksonderwerp, Hij was de ‘lie’ die ons wijndenken diepgang gaf. Het eikenhout dat subtiele nuances en structuur aanbracht, het subtiele Franse eiken vooral… Een levensgenieter ook. Bij zijn beschrijvingen van een bleekoranje Provence-rosé zag ik mij weer zitten aan de kade van de Vieux-Port van Marseille. De Picpoul de Pinet bracht mij terug naar kampeervakanties in Montagnac, omringd met dit druivenras, daar waar onze kinders lolly’s mochten zoeken in de lege, betonnen cuves van de wijn- en campingboer. Het bassin de Thau zagen wij in de verte schitteren en de oesters en mosselen lachten ons toe! Bij het toelichten van een van de crus de Beaujolais kreeg ik helemaal de kriebels: zacht en kalm maakte Robert ons deelgenoot van het feit dat dit toch echt wel een ideale lunchwijn was. En dat deed pijn, om 11.45 uur. Vooral omdat de lunch niet plaats zou vinden op een door platanen omzoomd Frans dorpspleintje, met bijbehorend menu van € 10 (vin compris!).

En natuurlijk is mijmeren over wijn en spijs heerlijk en heeft dat zeker bijgedragen om het beeld in je hoofd als dia op te slaan, maar Robert heeft ons vooral professioneel leren (na)denken over wijn en heeft richting kunnen geven aan deze gedachten. Hij heeft ons het verband leren begrijpen tussen wat er in het glas zit en de theoretische wijnkennis. Het was voor velen onder ons confronterend om schuchter de proefnotitie te openbaren voor een groep van 75 leerlingen onder het toeziend oog van een zeer ervaren meester. Niet iedereen stak altijd de hand fier omhoog. Vele medestudenten hielden zich wijselijk of angstvallig stil, wat veelal betekende dat zij totaal niet zeker waren wat er in het glas zat. De dapperen of uitverkorenen onder ons, gooiden er een aarzelende proefnotitie uit, al dan niet onderbouwd met een steekhoudende conclusie.

Er was altijd een moment dat je je realiseerde dat je op de verkeerde wijnroute zat. Die route die had moeten leiden naar het juiste antwoord op de vraag “Welke wijn zit in het glas?”. Vanaf dat moment was je even verdwaald in het vineuze wijnwoud. Heel eventjes maar, want vanaf dat soms gevoelige punt, wist de empathische wijnnavigator Robert Handjes je weer op de goede wijnroute te loodsen. Het hervinden van dit goede pad had uitsluitend een reële kans van slagen als het zélf actief struinen in de krochten en zijpaden van álle inmiddels vergaarde kennis eraan ten grondslag lag. Een tweede stap was om vervolgens deze omvangrijke database aan wijnkennis te checken en te structureren. Uiteraard met als doel om tot een heldere analyse en onderbouwing van je bevindingen over de betreffende wijn te komen.

Bij Robert kreeg je géén hapklare brokken, het was géén voordoen en nadoen. Dát is, zo concluderen wij na vele louterende kilometers evalueren van de lesdag, actief leren (na)denken over wijn, in zowel professionele als niet-professionele setting. We weten inmiddels héél goed waarover we praten en we beschikken over bijzonder veel wijnkennis. We vonden wijn al interessant, maar het onlosmakelijk gevolg van deze studie is dat we nóg meer zullen genieten van wijn. Omdat we weten welk proces eraan voorafging of omdat we de gepassioneerde wijnboer kennen. Als een echte meester geeft Robert ons nog een aantal tips voor het examen. “Proef gedisciplineerd en gestructureerd en houdt hoofdzaken gescheiden van bijzaken, als in een opsporingsbericht van de politie. Houd die discipline vast in de rest van je wijnproevend leven. Blijf gestructureerd proeven, anders raak je de weg kwijt. Een eik is een boom, maar een boom is lang niet altijd een eik”. Zijn ogen twinkelen als hij met zijn kenmerkende, warme stem nog een vaderlijke levensles meegeeft: “Houd er vooral plezier in”!

Het moment van afronding van de opleiding komt voor een groot deel van de leerlingen dichterbij. Wij weten inmiddels veel, maar eigenlijk weten we nog helemaal niets. De wereld van wijn is dynamisch en zeer veelzijdig. We zijn nog lang niet klaar, het is pas net begonnen…

Wijnreis Bourgogne en Champagne

Zondag 9 april 2017

De zondagochtend is ingetogen stil. Een tamelijk ijzige mist hangt zacht zichzelf te zijn boven een nog slapend Nederland. Langzaam maar zeker verovert de opkomende zon schuchter haar positie en streelt de vroege ochtend: een prelude voor een veelbelovende week.

Eenzelfde schuchterheid zien we bij de studenten van de Wijnacademie. Onwetend, nieuwsgierig en hongerig naar praktijkkennis, met een enorm ontzag voor Bourgogne & Champagne-specialist Crum en oude rot in het vak Jakobs, rollen ze een voor een de bus in. C’est parti, het schoolreisje 2.0 naar het mooiste wijnpretpark van de wereld kan beginnen!

Het klasje is divers van samenstelling en varieert van jong spul met een tomeloze energie tot de oudere jongeren met veel levenservaring, van veelbelovende wijnprofessionals tot gepassioneerde wijngekken. Ze komen uit alle uithoeken van Nederland: van Noordwolde tot Burgh Haamstede, van Sint Odiliënberg tot Edam. Allen met maar één doel: alles te weten komen over het heilige der heiligen, het beloofde wijnland, daar waar de geschiedenis van de wijnbouw diepgeworteld is en terroir een begrip is.

Ze zijn in goede handen. Juf Klazien kent haar pappenheimers en trekt de touwtjes stevig aan. Jammer genoeg is zij het maandagochtendbelletje vergeten in te pakken. Soit. Meester Frank heeft aanvankelijk gepast als begeleider, maar is vanwege het grote aantal belangstellende leerlingen gevallen voor de vleiende en smekende woorden van Klazien. Geen idee hoeveel en welke steekpenningen hiervoor geboden zijn, maar gezien het te bezoeken gebied is het niet heel erg moeilijk voor te stellen welke kelderschatten voor hem in het vooruitzicht liggen…

Tsja, en dan hebben wij ook bourgogne-en champagneprofessor Gert Crum in ons midden. Zijn charisma en het nog altijd zeer beeldende college van enige maanden geleden is in ons geheugen binnengedrongen als de wortels van een wijnstok in de kalkbodem van Bourgogne, is in ons brein opgezogen als water in de krijtbodem van de Champagne.

Chauffeur Derk is zeer ervaren en heeft dit kunstje al vaker geflikt. Hij is van het type dat niet heet of koud wordt van lastige situaties. Zelfs wanneer Gert de routeplanner van de bus overruled met de informatie van de landkaart in zijn hoofd en plotsklaps “we gaan hier rechts” roept op het moment dat de rotonde al bijna driekwart genomen is, blijft hij stoïcijns en stuurt soepel de gewenste richting in. Ook het motorisch akkefietje met de bus halverwege België (“iets met de turbo?”) fikst hij binnen de tijdsspanne van een tussenstop. Hij is een Held!

Kringgesprek

De dag glijdt verder en nu de bus voldoende power heeft om de kuitenbijters in de Ardennen zonder mokken te bedwingen, vinden meesters en juf het tijd voor het kringgesprek, waarin iedereen de kans krijgt om zich voor te stellen op het ‘podium’ voorin de bus. Eenmaal in Frankrijk, blijkt de door de wijnkinderen (zeer open) verstrekte informatie van onschatbare waarde te zijn. De sommeliers onder ons worden naar voren geroepen voor een wel zeer belangrijke taak: zij dragen vanaf nu aan de titel ‘bus-sommelier’! In plaats van de obligate schoolreisjes-limonade komen er plastic glazen uit de bagagerekken en wordt er een fijn glas witte wijn geschonken. Uit Bordeaux, dat wel…maar er is niemand die het uitspuugt. Wát een feestelijk begin!

Margot

Eindelijk in Frankrijk

Thionville, Metz, Nancy en Toul dienen zich aan en met Toul ook het eerste Crum-college over de Côtes de Toul. Eenmaal bij Dijon gaat het intens kriebelen: in de verte zien wij het silhouet van de Côte d’Or opdoemen. Precies volgens schema zijn we in Beaune en hebben we een uurtje om ons te installeren (of alvast een van de zonnige terrassen te verkennen) in het uiterst comfortabele hotel Henry II, slechts op enkele stappen verwijderd van de toegangspoort tot het sfeervolle centrum van Beaune.

La la, la la, la la la la la la

De avond is voor eten, drinken en zingen in restaurant Le Conty, Rue Ziem in Beaune, op zo’n tien minuten lopen van het hotel, gelegen in het historische centrum van Beaune. In de 16e eeuwse cave laat chef Laurent Parra ons smullen van traditionele, regionale specialiteiten: jambon persillé, confit de canard, regionale kazen (Brillat-Savarin, Epoisses). Bij de ham drinken we een Bouzeron 2014 Domaine A. et P. de Villaine. De eend laat zich begeleiden door Givry 2015 van Chanson. De kaas harmonieert met de Mercurey ‘Les Closeaux’ 2014 van Domaine de L ‘Europe Guy Cinquin & Chantal Côte. Het dessert (panna cotta) werd begeleid door een Crémant de Bourgogne.

 

De wijn stroomt rijkelijk, de hongerige maagjes van de wijnstudenten vullen zich met verrukkelijke spijzen. Van het zalig zachte gekonfijte eendenboutje blijft geen vezel achter op het bot. De tongen raken los, het is tijd om te zingen:

La la

La la

La la la la lá la

La-la-la

La-la-la

La la la

(bis)

De jongste studenten, nog immer bruisend van jeugdige energie of regionaal gewend aan lange nachten en de meest stoere senioren van het gezelschap besluiten de reeds ten einde lopende dag nog even voort te zetten in een wijn- of karaokebar om ‘af te wijnen’ of -ter afwisseling- ‘af te pilsen’. À demain!

Maandag 10 april 2017 

Hotel Henry II serveert een uitstekend ontbijt: verrukkelijk luchtige croissants en pains au chocolat om geheel in Franse sferen te raken, eieren in uiteenlopende verschijningsvormen (zelf koken of roerei met spek en worstjes), vers fruit, gezonde granen, yoghurt. Energiebommetjes om de hele ochtend mee door te komen. Een stralende voorjaarsdag lacht ons toe: het vroege ochtenduur is nog fris, maar de wind heeft een snipperdag genomen en de zon wint snel aan kracht. Geheel volgens verwachting staat de gedisciplineerde groep keurig op het afgesproken tijdstip bij de bus te trappelen om de Côte Chalonnaise te verkennen. Dienstmededeling: de groep is dermate groot, dat het nodig is om ook het toiletbezoek te managen: het ‘gespreid plassen’ zal de komende dagen regelmatig een beroep doen op onze blaas en het groepsgeduld.

DSCN3621

Mobiel college

De start van het mobiele college van Gert is onze verblijfplaats Beaune, dé wijnhoofdstad van de Bourgogne. Beaune ligt tussen de vlakte van de Saône en de Côte de Beaune. In de 18e eeuw werden de eerste handelshuizen gesticht en nog steeds zijn er toonaangevende handelshuizen te vinden: Joseph Drouhin, Louis Jadot en Bouchard Père et Fils. Goed zichtbaar is dat planologen in de jaren ’70 niet goed hebben opgelet tijdens hun lessen economische geografie: de stad heeft zich uitgebreid richting de Côte de Beaune in plaats van de vlakte richting Saône: het is bizar dat de lelijke flats gebouwd zijn op uitstekende bodem…

We rijden in zuidelijke richting en zien in de verte Pommard, Volnay, Monthélie en Meursault. Later deze week zullen we dit gebied nader verkennen. Gert heeft speciaal voor ons geregeld dat er een enjambeur de weg is opgedraaid, zodat we dit wijnbouwvoertuig en de omgeving goed kunnen observeren.

dscn3624.jpg

Het blijkt vandaag (en ook de rest van de week) nationale wegwerkdag te zijn in de Bourgogne, zodat er met regelmaat een beroep gedaan wordt op de stuurmanskunst van Derk en Gert zich ontpopt tot ware bemiddelaar met opzichters, waarbij hij zo nodig de hele infrastructuur herstructureert en verhit loopt te redderen met hekken en pylonnen.

Côte Chalonnaise

De Côte Chalonnaise strekt zich uit over de lengte van 25 kilometer. De wijngaarden liggen verspreid in het gebied, er is hier geen doorlopende heuvelwand. Dus zien we ook andere vormen van landbouw: veeteelt en de intens gele koolzaadvelden. Vlak ten zuiden van Chagny ligt Bouzeron, de beste gemeente voor de productie van aligoté-wijnen. Ten zuidoosten van Bouzeron vinden we Rully (30 ha) met een prachtig kasteel: Château de Rully. Tweederde deel van de productie is hier wit. Vanwege de veelal hoge zuurgraad van de druiven, wordt hier ook veel Crémant de Bourgogne gemaakt. We passeren het gehucht Fontaines, waar een onderzoekswijngaard is en geëxperimenteerd wordt met klonen. Even later volgt Givry (280 ha), waarvan 85% van de productie rood is en veel wijngaarden ommuurd zijn (clos). Producenten om te onthouden: Domaine François Lumpp en Domaine Clos Salamon. We maken een korte tussenstop in het prachtig gelegen Montagny.

De productie is hier voornamelijk wit: tweederde deel is premier cru, met dank aan de Duitsers die in W.O II het stelsel van premier cru hebben uitgewerkt. Goede producent is Domaine Stéphane Aladame (via Okhuysen).

Mercurey is de grootste appellation van de Côte Chalonnaise (630 ha). Het grootste deel van de productie bestaat uit rode wijnen (90%). Het gebied is stervormig (5 uitstulpingen naar alle kanten), dus alle exposities komen hier voor. Er zijn 32 climats als premier cru erkend (is 1/3 deel), Mercurey kent geen grands crus. Veel wijngaarden hebben ‘clos’ in de naam: het zijn van oorsprong ommuurde wijngaarden.

Château de Chamirey – Mercurey

We brengen een bezoek aan het Château de Chamirey van Domaines Devillard, dat mooi gelegen is buiten het dorp Mercurey (lintbebouwing!), waar we hartelijk ontvangen worden door Amaury Devillard en zijn team.

DSCN3651

De familie leidt 4 verschillende domaines:

  • Domaine du Château de Chamirey, de ‘wieg’ van de familie.
  • Meer naar het noorden ligt het prestigieuze Domaine de Perdrix in Nuits-Saint-Georges, het hart van de Côte de Nuits.
  • Domaine de la Ferté in Givry,
  • Domaine de la Garenne van de familie Beaumont (de schoonfamilie) in Mâcon-Azé.

Het is niet alleen de wijnbouw, waarop de Devillard’s zich richten: de familie draagt het oenotourisme een warm hart toe en heeft een table d’hôte geopend in de verbouwde oude cuverie uit de 17e eeuw, op enkele meters van het indrukkende kasteel (privéterrein) en de kasteeltuin, waar je vanaf het prachtige terras op het zuiden een wijds uitzicht hebt op Mercurey en de 13e eeuwse kerk Saint-Symphorien. Voor wie langer wil blijven: er is een zeer comfortabele gîte te huur. Vanaf het terras van dit fraaie verblijf heb je een 180 graden uitzicht over de wijngaarden van de 1er cru ‘Clos du Roi’. Kleine bourgondische knipoog: de gîte heeft een half ondergrondse cave, een sfeervolle plek voor een copieus diner.

We wandelen langs het kasteel en door een gedeelte van de tuin, waar het voorjaar zich al uitbundig laat zien, langs geurige seringen en oude bomen. Amaury neemt ons mee in zijn uitleg over de expositie van de wijngaarden, de lokale geologie en terroirverschillen die het karakter van de wijn typeren: er zijn percelen met kalk en klei, maar ook het percentage ijzer in de bodem wisselt. Het domaine (37 ha, 27 ha rood en 10 ha wit, waarvan 15 ha premiers crus (7):

Mercurey blanc :

-Mercurey ‘En Pierrelet’

-Mercurey Premier Cru La Mission = monopole van Domaines Devillard

Mercurey rouge :

-Mercurey Premier Cru Les Ruelles =monopole van Domaines Devillard

-Mercurey Premier Cru Clos du Roi

-Mercurey Premier Cru, Cuvée ‘Les Cinq’

-Mercurey Premier Cru Champs Martin

-Mercurey Premier Cru En Sazenay

-Mercurey Premier Cru Clos Lévêque

De gemiddelde leeftijd van de stokken is 35 jaar en de plantdichtheid is 10.000 stokken per hectare. Goed zichtbaar is dat de wijngaard tiptop onderhouden is: de voorzichtig uitbottende wijnstokken staan er gelikt bij, de grond is netjes geploegd. Kortom, hier is volop aandacht voor de druiven, iets dat ook terugkomt in het motto van de familie Devillard: “Je maakt alleen goede wijn wanneer je goede druiven hebt”.

We wandelen met Amaury naar ‘Clos du Roi’ en zien de plastic lokdoosjes met feromonen ten behoeve van de ‘confusion sexuelle’ aan de geleidingsdraden hangen.

DSCN3655

En dan is het eindelijk tijd om te proeven!

Witte wijnen:

  • Bourgogne Chardonnay ‘Le Renard’ 2014: fris, met een bite, waarin we de ‘salinité’ van het terroir herkennen.
  • Château de Chamirey Mercurey 1er Cru La Mission 2013: de 18 maanden houtrijping sijpelt heel subtiel door in deze rijke en volle wijn.

Rode wijnen:

  • Château de Chamirey Mercurey 1er Cru Les Ruelles 2013: Subtiel hout, fijne smaak van kersen en veel diepte in de wijn. De bodem bevat ijzer (en dat proef je) en heeft een goede drainage.
  • Château de Chamirey Mercurey 1er Cru Clos du Roi 2013: Mooie zuren, zachte tannines, fruitig en sappig, kruidige afdronk. Terroirexpressie (80% klei, 20% kalk) goed waarneembaar.
  • Domaines des Perdrix Nuits-Saint-Georges 1er Cru Aux Perdrix 2014: uit het dorp Prémeaux, ijzerhoudende grond. Dit climat ligt mi-coteau, bodem is mix van kalk en klei. Deze wijn heeft veel lengte en concentratie, fruit (kers), zoethout. Intense smaak, zonder de elegantie te verliezen.

 

DSCN3647

De buren van de familie Devillard

De gasten van vandaag zijn Roelof en Marlon Ligtmans van Domaine de la Monette, de buren van Domaine Château de Chamirey. De familie Ligtmans is in een enorm tempo ingeburgerd in Mercurey. Roelof was penningmeester van Saint-Vincent Tournante dit jaar (en heeft het nog altijd druk met de financiële afwikkeling ervan). Buurman Amaury was president van dit spektakel. Elk jaar komen eind januari de wijnbouwers van ieder dorp samen om de beschermheilige van de wijn (de heilige Vincent) te bedanken en zijn bescherming te vragen voor de volgende oogst. De wijnridders (La Confrérie des Chevaliers du Tastevin) hebben dit wijnfeest uit de Middeleeuwen nieuw leven in geblazen. Iedere editie vindt in een ander dorp plaats, vandaar de toevoeging ‘tournante’. Het hele weekend wordt er van alles georganiseerd: van processie tot gezamenlijke maaltijd. Er komen elk jaar zo’n 40.000 bezoekers op af.

Domaine de la Monette

Domaine de la Monette is meerdere generaties het eigendom geweest van een familie uit Lyon. Roelof en Marlon hebben het domein in 2007 gekocht. Nadat ze de benodigde diploma’s gehaald hadden aan het Lycée Viticole de Beaune kochten ze in 2008 hun eerste percelen wijngaard. Met succes: de oogst van 2009 was direct goed. Het doel is om wijn te maken volgens een zo natuurlijk mogelijk proces: door het verminderen van het aantal behandelingen en de dosering van bestrijdingsmiddelen, het bevorderen van de biodiversiteit in de wijngaard, revitalisatie van de bodemflora en -fauna en wijnbereiding met zo weinig mogelijk ingrepen.

We proeven Bourgogne Aligoté Très Vieilles Vignes ‘Les Potets’ 2015: een biologische Aligoté van oude stokken. Mijn mening over Aligoté (veelal niet spannend, weinig smaak) wordt bijgesteld: dit is een intense, maar toch lichtvoetige wijn, waarin citrusvruchten en wit fruit samen een vreugdedansje maken. Heerlijk fris en niet te veel alcohol.

Dejeuner

Na de proeverij worden we getrakteerd op een heerlijk lunchbuffet: sandwiches, escargots, zalm, jambon persillé, schattige spanen doosjes met oeufs meurettes, kaas…uiteraard begeleid door een mooi glas wit Château de Chamirey Mercurey 2015 en Château de Chamirey rouge 2014. Tevens maken we kennis met Rully ‘Clos de Remenot’ 2015 van Derk Lemstra, geproduceerd door Stéphane Briday. Deze wijngaard is in het bezit van Derk Lemstra en zijn vrouw. Toen zij dit woonhuis vonden, kregen zij de mogelijkheid om ook de gehele clos te kopen. De ommuurde wijngaard bezit een uniek terroir. Ook al is deze wijngaard niet geklasseerd als premier cru, volgens wijnmaker Briday is dit een van de beste wijngaarden uit het gebied. Bovendien is de gehele clos (0,5 ha) in het bezit van één enkele eigenaar en daarmee officieel een monopole. En daar zijn er niet zoveel van in de Bourgogne!

Het valt niet mee om afscheid te nemen van deze goddelijke plek, het uitzicht, de rustgevende stilte, de enorme gastvrijheid van Amaury en zijn familie en de schoonheid van het kasteel: we moeten verder, maar ik weet het zeker: hier moet ik een keer terugkeren!

We gaan weer richting het Noorden, langs het Canal de Bourgogne en de voie verte, de groene fietsroute langs het kanaal en lieflijke dorpen, welke start in Beaune en eindigt in Cluny.

Santenay komt voorbij, en mocht je er willen eten: Le Terroir is hier het beste restaurant. We passeren Chassagne-Montrachet en het Château de Chassagne (van de familie Picard). Even verder ligt Saint Aubin: een wat onbekendere en kleinere appellation, waarvan de prijs-kwaliteitverhouding uitstekend is. Zuidelijk grenzen de wijngaarden aan Chassagne-Montrachet en Puligny-Montrachet, met in de diepste punt de Premier Cru wijngaard En Remilly. De heuvel Mont Rachet vormt daar de enige scheiding tussen En Remilly en de beroemde wijngaard Chevallier-Montrachet.

Meursault dient zich aan en Gert deelt ons zijn prille ervaringen met dit wijndorp pur sang: zoete herinneringen aan de tijd dat hij hier bij toeval op zijn fiets langs reed, op de camping municipal overnachtte en zich verbaasde over de intrigerende ‘heesters’ die hij om zich heen zag: zijn liefde voor de wijn en de Bourgogne was geboren! Het college over de vele premiers crus valt bijna niet te notuleren: Perrières (ultiem!), Les Genevrières (wanneer je ooit indruk wilt maken bij de sommelier: de hoger gelegen percelen (dessus = links van de weg = op de helling) versus de lagergelegen delen (dessous = rechts van de weg = vlakker), Le Limousin. Fijne producenten zijn: Bouzereau et Filles (wijnboerendochters!), Domaine Rougeot, Domaine Jacques Prieur, Pierre Morey. Via Monthélie, Volnay en Pommard komen we weer in Beaune en Savigny-lès-Beaune.

Jean Féry et Fils – Echevronne

In Savigny-lès-Beaune is een bezoek gepland met Jean-Louis Féry, bij het climat Ez Connardises. Dat het weer in dit deel van de Bourgogne grillig kan zijn, zien we nu met eigen ogen: de zo keurig door Jean-Louis gedekte houten tafels bij zijn cabanne op een smalle strook gras tussen zijn wijngaarden, zijn letterlijk weggewaaid. In Mercurey was het nog stralend mooi lenteweer, terwijl het 40 km verder bliksemt, dondert, regent en stormt! Als we Jean-Louis Féry ontmoeten, zien we de flarden tafelbedekking in het prikkeldraad hangen als stille getuigen van het onheil.

DSCN3672

Het enthousiasme van Jean-Louis Féry laat zich echter niet verpesten door een regenbuitje. De hapjes houden wij tegoed en zijn boeiende verhalen zijn totaal niet weg gewassen door deze plotselinge oprisping van de natuur. Hij vertelt ons hoe lastig het is in de Bourgogne om nieuwe percelen aan te kopen, omdat deze ooit in het bezit gekomen zijn via erfenissen en de eigenaar veelal ver weg woont (Parijs, Zwitserland). Het gaat een wijnboer als Féry aan het hart om te zien hoe sommige eigenaren hun percelen met het meest mooie terroir verwaarlozen. Echter, de aanhouder wint en door zijn volhardendheid (waarbij het een voordeel was dat hij advocaat is) is het toch gelukt om het naastgelegen perceel te verkrijgen.

We rijden van Savigny-lès-Beaune richting Echevronne, langs de Cortonheuvel. Wat is het mooi om deze heuvel steeds van een andere kant te aanschouwen.

dscn3674.jpgDe lesstof uit het boek komt op deze manier echt tot leven: het met eigen ogen zien, zegt zoveel meer dan tekst. Eenmaal bij het Domaine, worden wij warm welkom geheten door Jean-Louis Féry en zijn familie die een tiental hectares exploiteert van de Côte de Nuits tot de Côte de Beaune (20 AOC’s waaronder Gevrey-Chambertin, Morey-Saint-Denis, Vougeot, Vosne-Romanée, Nuits-Saint-Georges, Hautes-Côtes-de-Nuits, Pernand-Vergelesses, Savigny-lès-Beaune, Meursault, Puligny-Montrachet, Chassagne-Montrachet, Corton grand cru.

DSCN3675

 

De binnenplaats is ingericht als ontvangstruimte en proeflokaal: op de grote tafel van wijnvaten wordt nog in allerijl een ontroerend detail geplaatst: een bordje met de tekst “Bienvenue Gert Crum et amis”. Aan alles is gedacht en dat raakt me.

dscn3685.jpg

dscn3684.jpg

Het devies van de Féry’s is: wijnbouw met respect naar de natuur en de omgeving, met een minimum aan ingrijpen op het proces om wijnen te verkrijgen met een eigen persoonlijkheid.

De diepe overtuiging en visie van Jean-Louis Féry is dan ook dat het de goede druiven zijn die een goede wijn maken! En natuurlijk: c’est le terroir qui fait la différence. Elk terroir heeft zijn eigen persoonlijkheid, zijn eigen identiteit, welke afhangt van veel criteria: bodem, onderbodem, expositie ten opzichte van de zon, de steilte van de helling.

Jean-Louis neemt ons mee in de geschiedenis van de familie: zijn vader, Jean Féry en zijn moeder Marcelle Jacob kregen vier kinderen die zeer gestimuleerd werden om zich verder te ontwikkelen. De oudste zoon, Jean-Louis, werd advocaat in Lyon, maar bleef altijd nauw verbonden met het bedrijf van zijn ouders. In 1998 gaat vader met pensioen en neemt Jean-Louis het bedrijf over. Hij is een groentje op wijnbouwgebied, maar koopt een tractor, bouwt een cave en cuverie en gaat aan de slag.

We voelen allemaal dat de band die Gert heeft met deze familie erg bijzonder is. En dat zien we wanneer Marcelle, ter gelegenheid van ons bezoek – keurig in de kleren, zorgvuldig opgemaakt en gecoiffeerd- de stenen trap van het familiehuis naar de binnenplaats afdaalt aan de arm van ‘haar’ lease-zoon Gert…

Naar mate het bezoek vordert, des te groter het respect voor de vrouw op de zeer respectabele leeftijd van 95 jaar. Ze is het stralende middelpunt van ons bezoek, wordt op handen gedragen en zingt tijdens een ontroerende tête-à-tête het door een van de zangers in ons midden ingezette ‘Plaisir d’amour’ met vaste maar frêle stem mee.

dscn3686.jpg

Na een rondleiding en uitleg over het oogstproces en vinificatie, volgt een geweldige proeverij:

Witte wijnen:

  • Pernand-Vergelesses ‘Les Combottes’ 2014
  • Chassagne-Montrachet 1er cru Abbaye de Morgeot 2011
  • Savigny-lès-Beaune 1er cru Les Vergelesses 2012

Rode wijnen:

  • Bourgogne Côtes de Nuits 2015
  • Gevrey Chambertin 2012
  • Vosne-Romanée ‘Aux Réas’ 2014

De stemming stijgt, ook omdat de zon ons nog altijd stralend toelacht, maar vooral omdat Jean-Louis en zijn team ons zulke mooie wijnen laat proeven. Na de ‘geplande’ wijnen volgen nog bijzondere flessen uit het privébezit van de familie:

  • Een zeer mooie witte wijn: Savigny-lès-Beaune Les Vergelesses 1er cru 1989

DSCN3694

  • magnum Bourgogne Côtes de Nuits uit 1990 (zonder etiket).

Uiteraard worden deze voorgeproefd door Marcelle en zij schroomt niet om een wijn die niet meer goed is, af te keuren en stuurt haar zoon nogmaals de kelder in.

DSCN3690 (2)

De namiddag vordert en Jean-Louis heeft de een na de andere verrassing in petto voor ons. Zeer ontroerend is het moment waarop Gert, onder begeleiding van moeder Marcelle, het fraai geschilderde portret van het karakteristieke gezicht van Jean Féry onder ogen krijgt.

dscn3691.jpg

Wij zijn er getuige van…en even heel erg stil met z’n allen. En er komt nog meer wijn uit de kelder. Het bezoek loopt enorm uit, maar niemand die dat erg vindt: wat een gastvrijheid, wat een ongelofelijk gepassioneerde en lieve mensen…

La la, la la, la la la la la la

De bus rijdt dan ook, met een pitstop bij het hotel, linea recta naar ons dineradres: L’Auberge du Vieux Vigneron van Jean-Charles Fagot in Corpeau, waar het smullen is van een terrine van kwartel (met een fantastische Chablis 1er Cru Les Vaillons 2014 van Joseph Drouhin),

DSCN3697

DSCN3696

Kip met een lobbigdikke kaassaus begeleid door (hoe kan het ook anders…) Côtes de Nuits-Villages ‘Clos de Magny’ 2015 van Jean Féry et Fils.

DSCN3699

DSCN3698

Bij de kaas (een hevig rijpe Epoisses en een zijdezachte Délice de Pommard met mosterdzaad) Chassagne-Montrachet Vieilles Vignes van Domaine Jouard.

DSCN3700

DSCN3701

Het dessert (met ijs gevulde soesjes met chocoladesaus) viel erg in de smaak bij de meisjes in ons midden.

DSCN3702

Wat een indrukwekkende dag: er zijn nauwelijks superlatieven te bedenken om de opgedane ervaringen in woorden te vatten.

Binnenkort meer over deze reis!

 

Destination Ile du Frioul

Blader door  Destination Ile du Frioul : een glossy voor en een ode aan een winderige en ruige rots in een klotsend waterbed!

Ma chère Marseille,

Ik reed meestal – tamelijk oneerbiedig en onwetend – met een grote boog om je heen, hoewel we tijdens kampeervakanties in de Luberon op nog geen uur rijden van je verwijderd waren. Verder dan de luchthaven of een dagje strand aan de Chaîne de l’Estaque kwam onze kennismaking niet. Immers, iedereen zei dat je niet aantrekkelijk was: hels verkeer, milieuvervuiling en criminaliteit. Un peu moche, n’est-ce pas?…En toch kreeg ik jou, ongepolijste en fascinerende stad, niet uit mijn gedachten…

De nieuwsgierigheid won het. Op zoek naar een accommodatie in de buurt van de calanques, stuitte ik op een studio… op Ile du Frioul! Marseille, maar toch ook niet. De hectische drukte van de stad versus de serene rust van het eiland. Ik wist van jouw bestaan, maar dat het mogelijk was om langer dan een dag bij je te blijven, daar had ik nooit zo bij stilgestaan.

Onze eerste ontmoeting en het eerste verblijf in 2014 was kort en hevig: ik werd ongelofelijk verliefd en moest wel naar je terugkeren. Inmiddels hebben we serieuze verkering nu: we moeten elkaar zien…een vijfde bezoek volgt binnenkort…

frioul bewerkt door google foto

Ik heb je in mijn hart gesloten, Frioul. Wanneer de laatste boot naar het vasteland vertrokken is, lijkt de navelstreng met Marseille doorgesneden te zijn. De knip is gemaakt: het gevoel om letterlijk afgesneden te zijn van de dagelijkse sores is bij jou waanzinnig sterk. Het Frankrijkgevoel….als er ergens in Frankrijk een plek is waar dit gevoel zich manifesteert, is het hier bij jou, op Ile du Frioul. Eenmaal in jouw ruige en ongecompliceerde armen en er gebeurt iets wonderlijks met mij: hier ben ik volkomen gelukkig.

IMAG1226

Wat ben je mooi, Marseille! Ik vind in jou iets wat je nergens anders terugvindt. Een gevoel dat ik nauwelijks kan verwoorden. Vergeef me, ik heb toch een poging gedaan en heb mijn liefde in woord en beeld proberen vorm te geven in een glossy. Iets te ‘glad’ voor jouw doen, maar juist jouw simpele en pure karakter verdient het om je nu in het volle glanzende zonlicht te zetten!

Destination Ile du Frioul  is een glossy voor en een ode aan een winderige en ruige rots in een klotsend waterbed!

Je t’embrasse,

Margôt

Meer weten of Marseille? Raadpleeg de goede tips van Frankrijk.nl via de volgende link:

https://www.frankrijk.nl/2018/03/11x-zien-en-doen-stedentrip-marseille/

 

 

 

Het zomerlied van de cigale: de zalige zes weken

DSCN1905

Het is juli en ik mis Frankrijk. Ik verlang naar de grote juli-hitte van de Provence of de Languedoc. En ik mis het geluid van zo’n zomer, mis het geluid van de cigales, het zalige zomerlied.

Een van mijn lievelingsdieren: de cigale (zangcicade)! Vooral omdat haar levensverhaal zo bijzonder is. Na een lang leven onder de grond (een jaar of 6, zo ongeveer) verlaten de larven van de cigale in de maand juni de aarde om aan hun leven boven de grond te beginnen.

De nimf zoekt een stengel of een wortel van een boom om haar metamorfose te beginnen. De huid van de rug opent zich en dan openbaart zich het nog vochtige, groene lijf en spreidt ze de frêle vleugels uit. En dan is er de zon die het nog natte lijfje droogt. Langzaam verandert de kleur van de cicade van groen naar kastanjebruin, van zwart naar grijs. Het weke lijf wordt hard. Wanneer de vleugels goed droog zijn en stijf zijn, is het tijd om uit te vliegen en zoekt de cicade toevlucht in een boom.

Gedurende de zomer zingen de mannetjes hun zomerlied: een krassend, raspend geluid. De cigale gebruikt daarvoor niet de mond, maar een ingenieus muziekinstrument, een soort tymbaal: een orgaan dat hij laat vibreren. Het mannetje heft zijn lied aan in de ochtend, vanaf het moment dat het warm wordt en gaat daarmee de hele dag door, tot ’s avonds laat. De bedoeling van het concert is om vrouwtjes aan te trekken.

Hoe hoger de temperatuur, hoe harder het mannetje zingt. Dennenbomen vinden ze ideaal vanwege het sap waarmee ze zich voeden. Op verzengend hete dagen in het zuiden van Frankrijk lijkt het alsof er een heel mannenkoor optreedt. Uiteraard kiezen de vrouwtjes voor de beste zanger om zich voort te planten. Het vrouwtje legt vervolgens haar bevruchte eitjes onder het schors van een takje. De eitjes vallen op de aarde en de larven graven zich in.

Aan het eind van de zomer, sterven de volwassen cigales, slechts na een leven van een week een week of zes. De nimfen zullen enkele jaren ondergronds leven, meerdere keren vervellen, graven gangen (hierin is voorzien: ze hebben sterke poten waarmee ze kunnen graven) en voeden zich met sap van wortels. En ooit, op een mooie dag in juni, zullen ze de aarde verlaten voor hun zalige zes weken bovengronds.

Het zomerlied van de Languedoc

Une belle journée

Wat een prachtige dag! Het geluk lacht me toe vandaag, al vanaf het prille begin. Een dag die in de vroege ochtend al vol mooie beloften is. De lucht is kraakhelder en van een oogverblindend blauw. Slechts af en toe schuift er een hagelwitte wolk langs de bergen die onze gîte in het groene en ruige hart van Corsica omgeven.

We gaan er alles uithalen, willen gretig van al het mooie van dit eiland een hapje proeven. Naast de machtige bergwereld in het hart van het eiland, mogen we de onweerstaanbare mooie kustlijn niet missen. De verleiding van de zee roept!

La mer est toujours belle

Kind van de zee, dat ben ik! La mer est toujours belle. Haar vrienden wind en zon bepalen in sterke mate welke jurk ze ’s morgens kiest. Van het grauwe, vormloze grijze nonnenhabijt in sombere en bewolkte tijden, tot de verleidelijke azuurblauwe cocktailjurk op de dagen dat de mistral regeert.Het staat haar allemaal even goed. Ik hou van haar, in alle gedaanten. Als in een goed huwelijk: in voor- en tegenspoed. Wetend dat zowel de liefde als de zee zelden zonder onweer zijn. Windstil is het vrijwel nooit en soms haalt storm juist het beste in ons boven.

Mijn liefde voor de zee was er al vroeg. Met mijn ouders en zusje bracht ik de vakanties door op een fantastische plek in het Texelse bos, waar we door de duinen van de Bleekersvallei naar het strand van Westerslag liepen en ik kennismaakte met de Noordzee. Eenmaal definitief genesteld op Texel, wilde ik leren zwemmen. Ik leerde het mezelf, onder begeleiding van een bestuurslid van de zwemvereniging die ik dagelijks trof in het kleine, maar fijne zwembad. Zwemmen was geweldig, ik lag elke dag in het water of zwom in de Noordzee, haalde veel diploma’s en werd lid van de zwemvereniging. Water werd mijn grote vriendin, we spraken het liefst iedere dag met elkaar af. Weer of geen weer. Ik was er. Altijd. En als ik de kans kreeg, koos ik voor zout in plaats van chemisch chloor. Koos ik voor het water dat meer spanning en interactie gaf dan de veilige status quo van het zwembad. Koos en kies ik voor een leeg en verlaten strand boven het toeristische wespennest. Het strand dat het mooist is als je het voor jezelf alleen hebt. Alleen met de meeuwen, alleen met de elementen.

Le Grand Large

Het aanbod van elementen is hier enorm: wind, zee, zon… ze zijn er allemaal! Wanneer we de drukte en de lelijke buitenwijken van Ajaccio achter ons laten en de kustweg noordwaarts volgen, ontvouwt zich een overweldigende kustlijn, de Golfe de Sagone: een machtig grote baai, met kleinere sub-baaien.

DSCN3210

Het is al oktober en naseizoen: slechts een handjevol toeristen heeft deze prachtige plek ook ontdekt. Tegen lunchtijd vinden we restaurant Le Grand Large. Het restaurant maakt zijn veelbelovende naam waar: het is direct gelegen aan het intens witte strand van het plage d’ Esigna. We hebben er onze zinnen op gezet: het lachte ons al toe in de folder in de gîte. Vrijwel alle tafels kijken uit op de grote wijde Middellandse zee, les pieds dans l’eau. De keuze is aan ons en het wordt de mooiste tafel aan de buitenrand, daar waar de tafelpoten slechts door een muurtje gescheiden zijn van het warme witte zand en we le grand large vol in beeld hebben: een grote natuurfilm waar we middenin zitten.

IMAG0274Het perfecte decor voor een geweldige lunch. We heffen een glas Corsicaans wit op het leven, op ons, op dit prachtige eiland en deze waanzinnig mooie plek. Op het geluk dat ons toelacht. En op de verleidelijke lokroep van de zee: geniet lekker, maar kom straks naar me toe om met me spelen!

Deining

Wapenbroeder wind heeft het voor het zeggen vandaag en blaast zijn dwingende adem naar de kust. Ergens, op deze grote vlakte water, heeft iets een golfbeweging in gang gezet. Wie gaf de zee vandaag, gisteren of eerder deze week het eerste tikje in het spelletje beweging doorgeven? Een van de vele ferries of vrachtschepen? Of was het wellicht een cruiseschip vol bejaarde genieters?

Alle druppeltjes spelen mee vandaag. Ze bewegen fanatiek en geven die beweging door aan hun vriendjes. Vandaag mag bovenbuurman wind ook meespelen. Zo vormen zich door de som van zeegang en deining flinke golven. Samen krijgen ze het voor elkaar: een enorm plein uitdagende golven.

IMAG0273

In één golfslag ben ik door! Het initiatief is geheel aan zeezijde vandaag. Geen tijd om als een bang vogeltje langzaam en truttig te wennen: eerst de voeten, de knieën, op de tenen gaan staan en een klein gilletje als het badpak nat wordt rond de heupen en langzaam optrekt naar boven. Geen tijd om minutenlang te dralen, omdat de omgevingstemperatuur boven de 25°C uitstijgt en het water relatief koud is. Geen tijd om langzaam naar voren te glijden, het hoofd eerst nog angstvallig boven water. Geen tijd om na te denken over het onbevreesde in-één-keer-door, dat met de jaren steeds verder van mij weg lijkt te raken. Vandaag heeft de zee daar geen boodschap aan…

In volle vaart vuurt de eerste golf een massa water op me af. Alles tintelt, de loomte van de heerlijke after lunch in goed gezelschap in het weelderig zachte zand, is in een klap weggespoeld. Wakker! Dit is geweldig. En bam, daar is de tweede golf al. En de derde. Ik draai me om en laat de golf breken op mijn rug. Wát een kracht, prikkend zout overal.

Het golvenspel is ontspannend en ook een beetje spannend:  het is wel ruig vandaag. Ruiger sinds lange tijd en vooral onvoorspelbaar in ritme van de golven. Ook hier geldt: elke zevende golf is hoger en krachtiger. Ritmisch beweeg ik mee met dit spelletje tikkertje. De golven sleuren en schuren. Alle zintuigen staan op scherp. Ademen moet in het dal van de golf. Ik zet me schrap voor iedere aanval en geniet! Ik houd Herman in een rechte lijn van mijn blikveld. Hij leest, ligt ontspannen in het zand. Hij gunt mij dit plezier en heeft er zelf niets mee. Laat me spelen…

We spelen nog even door, de golven en ik, en dan wordt het tijd om terug te keren naar het warme strand, mijn boek en mijn lief. Met krachtige slagen zwem ik richting strand. Tenminste… ik zwem wel heel hard, maar ik lijk niet echt heel erg veel vooruit te komen. Ik zwem, maar kom geen meter dichterbij de kust. Wat is dit? Ben ik te slap? De golven lachen me keihard uit: je wilde toch spelen? Nou, dan gaan we spelen! Ik probeer mijn rechte lijn naar het strand los te laten door schuin weg te zwemmen, doe een poging gebruik te maken van de golven. Immers, als ik mij laat meevoeren, kom ik vanzelf op het strand. Briljant idee, maar het valt niet mee. De golven komen van de linkerkant en slaan vol in mijn gezicht. Ik zie ze niet meer aankomen, ik heb mijn mond op het verkeerde moment open en een volle teug zeewater is het gevolg. Wat ik ook probeer, borstcrawl of schoolslag, mij mee laten voeren of juist hard zwemmen, ik kom geen slag verder. Ik zwem tegen een muur van water. Een keiharde muur, waarin ik de poort naar het veilige strand en de vaste grond onder mijn voeten niet kan vinden.

Langzaam maar zeker, met elke golf die me overspoelt, komt het besef binnensijpelen dat de zee aan het langste eind trekt en dit spelletje wil winnen. Rustig blijven. Geen paniek. Blijf kalm…

De zee blijft op mij inbeuken. Steeds vaker zie ik de golven niet meer aankomen. De onbevangen sensatie van een onschuldig spelletje golfje tikken, maakt plaats voor schaamte. Zo voelt het dus, eenzaam zijn. Zo voelt het blijkbaar: dierbaren zijn zo dichtbij en tegelijkertijd zo ver weg. Herman leest rustig zijn boek…geen idee dat de zee het langzaam gaat winnen. Geen idee welk spel gespeeld wordt. Onwetend van mijn eenzaamheid. Gelukkig niet.

Ik moet iets doen, maar wat? Ik doe al van alles, maar het werkt niet. Mijn lichaam laat me in de steek. Mijn zwemtechniek is niet toereikend. Mijn gezond verstand weet het ook even niet meer. Zonder hulp kom ik hier niet uit. Mijn spieren worden moe en ik ben de speelbal geworden van dit woensdagmiddagspelletje. De zeeplein-bende speelt trefbal en heeft de bal van mij afgepakt. Ik voel mij klein en nietig. Dom vooral. Dit geweld had ik anders moeten inschatten. Zou het zo snel gaan, verdrinken…?

Volkomen in gedachten, in de overlevingsmodus om in ieder geval mijn hoofd boven water te houden, duiken er achter mij twee mannen met surfboards op. Wat grappig, ik ben niet de enige gek die vandaag met de golven speelt. Ze zijn zo dichtbij. De zee is groot genoeg, wat doen ze hier? Willen zij met mij spelen? Mij leren surfen? Ik maak contact en zeg dat de zee vandaag wel erg woest is. Alsof zij dat niet weten…

Resoluut en krachtig verzoeken ze mij om op het surfboard te gaan liggen. Leuke uitdaging en makkelijker gezegd dan gedaan. Zo’n board is spekglad! Ik houd mij vast aan de punt en wurm mijn lijf op de plank. Het lukt niet, ik glijd er steeds af. Kunnen die golven nu niet stoppen…alsjeblieft? Even niet, zodat ik op adem kan komen?

De golven kennen geen genade. Enige seconden lig ik op de plank, maar even snel word ik er weer keihard afgesmeten. Het kost veel moeite om het contact met de plank te behouden. Het moet. Zonder dit houvast gaat het nooit lukken. Mijn armspieren maken overuren en de golven lijken per seconde gretiger te worden.

De oudere man van de twee geeft commando’s aan de jonge knul. We maken gebruik van de golven, doen een poging om dichter bij de kust te komen. Het lukt me nauwelijks meer om op de plank te blijven liggen. Terwijl dat juist moet. Niet te diep in dit water, juist gebruik maken van het bovenste laagje, de onderstroom is te sterk. Steeds vaker dans ik niet meer mee op het ritme van de golven. Steeds vaker verslik ik me in een zoute slok. Ik word er misselijk van. Het surfboard wil ook niet meer meewerken, de surfers sleuren mij er steeds op…En Herman?

Ik zie hem liggen. Hij geniet, ik zie het. En heeft geen idee wat er zich in deze meedogenloze golven afspeelt. Gelukkig maar, hij mag niet ongerust worden. Als hij mij ziet, zal hij wel denken: het is haar weer gelukt om de contact te leggen met een stel Fransen. Wil ze werkelijk leren surfen? Niets is wat het lijkt. Ik ben gewoon aan het zwemmen met twee ongelooflijk dappere kerels.

Ik wil dit volhouden, wil mijn best doen, wil niet afhaken. Ik wil naar het strand, in ieder geval naar een plek waar ik de zeebodem weer onder mij voel. Zó diep is het hier toch niet…ik was toch geen honderden meters weg? Ik kan alleen nog als een slappe pop op het surfboard hangen. Mijn lot is in de handen van twee wildvreemde mannen…

Ik doe maar wat. De kracht van de zee is enorm en lijkt met de minuut toe te nemen. Een grote hand lijkt me tussen duim en wijsvinger vast te hebben en smijt me, bulderend van het lachen, heen en weer. Ik heb niets in te brengen. De mannen lijken beter bestand tegen deze elementen, maar heel makkelijk gaat het niet. Ze roepen Franse codetaal naar elkaar, ik versta het niet meer, er zit water in mijn oren. Er is water, overal…

Stukje bij beetje komen we dichter bij het strand. Ik zie diverse mensen opstaan, alsof er iets bijzonders is te zien. Ook Herman maakt zich los van zijn boek, staat op en wandelt rustig naar de vloedlijn.

Het strand is in zicht…het komt goed…

Het zachte zand maakt een eind aan de pret van de golven. Het heerlijke strand verhindert de druppelvriendjes om nog goed te kunnen bewegen. De natuurlijke blokkade van de vaste deeltjes zand remt de golven af. Schuimend en briesend blazen ze de aftocht, met de staart tussen de benen. Doordrenken het zand om daarna langzaam weg te vloeien en trekken mijn laatste beetje kracht met zich mee. Ik kan goed tegen mijn verlies. Stoppen nu zee, je hebt al gewonnen.

Un, deux, trois en daar lig ik, door de twee mannen als een stuk wrakhout op het strand gesleept. Een gestrande potvis die bekeken wordt door nieuwsgierige en bezorgde strandgangers. Ik voel me beroerd, ben misselijk en draaierig, gezandstraald en zo vreselijk moe en slap.

“Vous avez eu beaucoup de la chance”… zeven woorden die mijn redders steeds blijven herhalen. Hoe kan ik ze bedanken? Zonder deze twee dappere kerels – die doen of het hun dagelijks werk is – had mijn spelletje met de golven heel anders kunnen aflopen. “Vous avez eu beaucoup de la chance”. Wat kan ik voor ze doen? Niet veel, ze zijn nogal bescheiden: graag gedaan, au revoir en verder niets…Of toch? Een briefje naar monsieur le maire wellicht. Een briefje aan de burgemeester dat er bewaking moet komen op dit strand. Echte bewaking, ook in het naseizoen, en geen toevallige opmerkzaamheid van twee superhelden van de lokale surfboardverhuur.

“Vous avez eu beaucoup de la chance…”en weg zijn ze. Uit het niets doken ze achter mij op en in een flits zijn ze weer weg, alsof er niets is gebeurd.

Het is een prachtige, stralende dag en het geluk lacht me – meer dan ooit – in ruime mate toe. De lucht is iets minder helder dan bij aanvang van deze bijzondere dag  en lijkt wat fletser blauw. De verleiding was vandaag groter dan de ratio. Een klein wolkje met een donker randje is voor de zon geschoven en zal wel even blijven hangen. Om vervolgens genadeloos weggeblazen worden door de wind …

IMAG0275